Tussentijdse telling akkoord 2011*
Geachte Collega,
We ontvingen bijgevoegde tussentijdse telling van de toetredingen en weigeringen van het akkoord 2011.
Enige voorzichtigheid bij de interpretatie is nog wel geboden. We beschikken nog niet over de telling per arrondissement.
Voor de huisartsen zien we in Brussel een lichte stijging van het deconventiepercentage, terwijl dit in het Vlaamse en het Waalse Gewest zelfs licht afneemt. Voor gans het land is er een kleine procent lagere deconventiegraad.
In crisistijden is de gemengde -deels per akte en deels forfaitair- financiering die wij altijd verdedigd hebben duidelijk ook een buffer tegen inkomensverlies.
Andermaal rijst de vraag hoe representatief de hardroepers zijn die steevast in de medische pers worden opgevoerd. Om het klassieke argument te counteren dat de cijfers vervalst zijn door oneigenlijke huisartsen vragen wij het Riziv telkens om een aparte telling voor de geaccrediteerden te maken. Bij hen ligt de deconventiegraad iets hoger, vnl. in Brussel, maar dit blijft een kleine minderheid.
Bij de specialisten zien we in de 3 gewesten en dus ook voor gans het Rijk een lichte daling van het aantal weigeringen. Dat is zeer opmerkelijk gezien de aanzienlijke besparingen die in verscheidene disciplines werden opgelegd.
De disciplines met hoge deconventiegraad zijn grotendeels dezelfde als bij de vorige akkoorden: plastische heelkunde, gynecologie-verloskunde, oftalmologie, dermatologie, stomatologie. Het lijkt er op dat een aantal artsen in deze disciplines principeel deconventioneert ongeacht wat er in het akkoord staat. In het Riziv horen we steeds vaker de vraag waarom sommige van deze disciplines (gynecologie, oftalmologie) de laatste jaren fors opgewaardeerd werden. Elke procentuele verhoging van de honoraria brengt nu immers een veelvoudig percentage aan supplementen ten laste van de patiënt mee. Ook in de medische beeldvorming en de klinische biologie is er slechts een zeer beperkte stijging t.o.v. het vorige akkoord. In de cardiologie stijgt het percentage tot 20% wat gezien de genomen maatregelen niet erg moet verwonderen. De dermatologen hebben ook fors ingeleverd en wij menen dat bij het volgende akkoord een opwaardering van hun raadplegingshonorarium aan de orde moet zijn.
We gaan ervan uit dat het medisch corps de ernst van de financiële en economische situatie van ons land goed begrepen heeft en zich gerealiseerd heeft dat in de huidige omstandigheden niet veel meer kon bereikt worden. Om ons systeem van gezondheidszorg en het overlegmodel draaiende te houden en om onze geloofwaardigheid t.o.v. de bevolking te behouden heeft men blijkbaar een tijdelijke inkrimping aanvaard. Die blijk van gezond verstand verdient een grote pluim.
Jammer dat niet in elke sector een zelfde verantwoordelijkheidsgevoel leeft.
Een definitieve analyse kunnen we u pas geven nadat de telling volledig is.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur