GMD preventiemodule*
v:* {behavior:url(#default#VML);}
o:* {behavior:url(#default#VML);}
w:* {behavior:url(#default#VML);}
.shape {behavior:url(#default#VML);}
Normal
0
21
false
false
false
NL-BE
X-NONE
X-NONE
MicrosoftInternetExplorer4
/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-qformat:yes;
mso-style-parent:"";
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:11.0pt;
font-family:"Calibri","sans-serif";
mso-ascii-font-family:Calibri;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-fareast-font-family:"Times New Roman";
mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
mso-hansi-font-family:Calibri;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;
mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}
Geachte Collega,
In het BS van 3.3.2011 verscheen een reeks KB's i.v.m. de GMD-preventiemodule (honorarium, persoonlijk aandeel en derdebetalersregeling). Dit in uitvoering van punt 3.1.3 van het nationaal akkoord 2009-2010.
De langdurige voorgeschiedenis van dit dossier is u bekend. De minister heeft -weliswaar ruim te laat- uiteindelijk toch woord gehouden om de preventiemodule vanaf 1 april te laten van start gaan. Eén maal per jaar moet de huisarts met de patiënt (tussen 45 en 75 jaar) van wie hij het GMD beheert, de door het Verzekeringscomité vastgelegde checklist overlopen. In overleg met minister Vandeurzen zal aan deze checklist nog een wijziging worden aangebracht i.v.m. aandacht voor
geestelijke gezondheid. Een belangrijk budget voor de huisartsgeneeskunde wordt hierdoor vrijgemaakt : ruim 15 miljoen honoraria en 5,6 miljoen remgelden.
Indien de patiënt er om verzoekt moet de derdebetalersregeling worden toegestaan en in dat geval meteen ook voor de raadpleging of het huisbezoek waarbij het GMD geopend of de checklist overlopen wordt.
Het honorarium wordt gedurende 2 jaar automatisch uitbetaald. Volgens de Raad van State moest er dan ook een einddatum worden vastgelegd, nl. 31/12/2012.
Nadien is de uitbetaling afhankelijk van het overmaken van een update van de checklist aan de VI (cfr. infra: uittreksel uit het akkoord 2009-2010).
We beschouwen dit dossier als een belangrijke uitdaging om de rol van de huisarts in de preventie onomstotelijk aan te tonen. Zo zouden we bv. in de loop van de volgende jaren met de screeningsmammografie graag een significant hoger percentage van de doelgroep willen bereikt zien.
Het spreekt voor zich dat het ASGB er vervolgens alles zal aan doen om dit project te bestendigen.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.
102395: Bijkomende honoraria voor de verstrekkingen 101032, 101076, 103132,
103412, 103434, 103515, 103530, 103552, 103913, 103935, 103950 en 104370
voor de bespreking met de patiënt en de opvolging van de checklist van de
preventiemodule in het kader van het beheer van het globaal medisch dossier.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, A, van de
bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling
van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1,
gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december
1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003,
9 juli 2004, 27 april 2005 en 27 december 2005, en § 2, gewijzigd bij de wet
van 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 25 april 1997,
bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wet van 10 augustus
2001;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot
vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
Gelet op het voorstel van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens
zijn vergadering van 9 maart 2010;
Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle
van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op
9 maart 2010;
Gelet op de beslissingen van de Nationale commissie
geneesheren-ziekenfondsen van 8 februari 2010 en 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 24
maart 2010;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
van 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 april
2010;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 10
juni 2010;
Gelet op advies 49.074/2 van de Raad van State, gegeven op 12 januari 2011,
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 2, A, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14
september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18
december 2009, worden de verstrekking 102771 en de toepassingsregels die
erop volgen door de volgende verstrekkingen en toepassingsregels vervangen :
« 102771
Bijkomende honoraria voor de verstrekkingen 101032, 101076, 103132, 103412,
103434 en 103913 voor het beheer door de erkende huisarts, van het globaal
medisch dossier, op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt en/of met het
schriftelijk akkoord van de patiënt . . . . . N 8,415
De verstrekking mag een keer per kalenderjaar worden aangerekend.
Het globaal medisch dossier omvat de socio-administratieve gegevens van de
patiënt, zijn antecedenten, een lijst van problemen, verslagen van
geneesheren-specialisten en andere zorgverstrekkers, de chronische
behandelingen, en een preventiemodule bestaande uit een checklist die de
verschillende items van de preventiemodule bevat en de items die voor die
patiënt zullen worden opgevolgd. Persoonlijke notities van de arts maken
geen deel uit van het globaal medisch dossier.
Het beheer van het globaal medisch dossier behelst onder andere de opmaak en
regelmatige oppuntstelling ervan.
Het uitdrukkelijk verzoek en/of het schriftelijk akkoord van de patiënt om
zijn globaal medisch dossier te beheren bevind(t)(en) zich in het dossier.
Indien de patiënt niet in staat is om zelf dit uitdrukkelijk verzoek of dit
akkoord te kennen te geven, wordt de identificatie van het familielid of
nabestaande die dit verzoek uit of dit akkoord geeft in de plaats van de
patiënt, in het dossier vermeld.
De erkende huisarts die het dossier beheert, verbindt er zich toe om, mits
goedkeuring van de patiënt, zowel bij verwijzing als op eenvoudige vraag van
de behandelende geneesheer-specialist, alle relevante gegevens uit het
globaal medisch dossier aan deze laatste over te maken.
Afhankelijk van de internationale aanbevelingen en in functie van de
leeftijd heeft de preventiemodule minstens op de volgende thema's betrekking
:
1° raadgevingen met betrekking tot de levenswijze: zoals voeding, tabak,
alcohol, lichamelijke inspanning, stress,...;
2° anamnese en klinisch onderzoek gericht op het cardiovasculair stelsel;
3° onderzoeken voor het opsporen van onder meer colorectale kanker, en bij
de vrouw, ook baarmoederhalskanker en borstkanker in functie van de
leeftijd;
4° vaccinatie onder meer tegen difterie en tetanos, griep en pneumokokken in
functie van de leeftijd;
5° biologische analyses: glykemie, creatinine et proteinurie (voor de
groepen met een hoog risico), cholesterol in functie van de leeftijd.
Een model van de checklist kan worden vastgesteld door het
Verzekeringscomité op voorstel van de Nationale Commissie
Geneesheren-Ziekenfondsen, die haar voorstel formuleert na advies van de
Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie.
De checklist wordt door de huisarts bijgehouden in het globaal medisch
dossier. De huisarts houdt in dat globaal medisch dossier alle informatie
bij betreffende de items van de checklist die voor de patiënt worden
opgevolgd.
102395
Bijkomende honoraria voor de verstrekkingen 101032, 101076, 103132, 103412,
103434, 103515, 103530, 103552, 103913, 103935, 103950 en 104370 voor de
bespreking met de patiënt en de opvolging van de checklist van de
preventiemodule in het kader van het beheer van het globaal medisch dossier
. . . . . N 3
De honoraria kunnen één maal per kalenderjaar worden aangerekend aan de
rechthebbenden uit de doelgroep van de rechthebbenden van 45 tot 75 jaar.
De honoraria kunnen enkel worden aangerekend door de huisarts die het
globaal medisch dossier beheert. De huisarts die het globaal medisch dossier
beheert is de laatste huisarts voor wie de aanrekening van de verstrekking
102771 aanleiding heeft gegeven tot tegemoetkoming van de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
De bespreking van de preventiemodule met de patiënt gebeurt aan de hand van
een checklist vastgesteld door het Verzekeringscomité op voorstel van de
Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen, die haar voorstel formuleert
na advies van de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie. De huisarts
bespreekt met de patiënt de items van de checklist en de acties die op basis
van deze bespreking moeten worden ondernomen.
De honoraria voor de verstrekking 102395 kunnen slechts tijdens een vooraf
bepaalde proefperiode van beperkte duur worden aangerekend, namelijk van 1
april 2011 tot en met 31 december 2012. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2011.
Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met
Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk
besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, § 1, negende lid,
van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994ALBERT II, Koning
der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, op artikel 53, §
1, negende lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van
artikel 53, § 1, negende lid, van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op
14 juli 1994;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
van 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 april
2010;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 10
juni 2010;
Gelet op advies 49.077/2 van de Raad van State, gegeven op 12 januari 2011,
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en op
het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 6, derde lid, van het koninklijk besluit van 10
oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, § 1, negende lid, van de wet
betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij het koninklijk
besluit van 29 april 1999 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8
décember 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
« Het toepassen van de derdebetalersregeling is evenmin verboden indien de
rechthebbende uitdrukkelijk verzoekt om de toepassing van die regeling voor
de verstrekkingen vermeld onder de nummers 102771, 102395 en 102852 in
artikel 2 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14
september 1984. Elke rechthebbende kan verzoeken om de toepassing van de
derdebetalersregeling voor de voornoemde verstrekkingen en indien de
rechthebbende erom verzoekt, kan de geneesheer deze toepassing niet
weigeren. Als de derdebetalersregeling wordt toegepast voor de
verstrekkingen 102771 of 102395 moet het ook voor de raadpleging of bezoek
tijdens dewelke de rechthebbende aan zijn arts heeft verzoekt zijn globale
medisch dossier te beheren of heeft met zijn arts de preventiemodule
doorlopen. »
2° een lid wordt ingevoegd tussen het derde lid en het vierde lid, luidende
:
« De toepassing van de derdebetalersregeling voor de verstrekking 102395
wordt slechts toegestaan gedurende een vooraf bepaalde proefperiode van
beperkte duur, namelijk van 1 april 2011 tot en met 31 december 2012. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2011.
Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met
Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 37bis van de
wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en
uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 37ter,
ingevoegd bij de wet van 21 december 1994;
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 24
maart 2010;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
van 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 april
2010;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 10
juni 2010;
Gelet op advies 49.076/2 van de Raad van State, gegeven op 12 januari 2011,
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en op
het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 37bis, § 1, Bbis, zesde lid, van de wet betreffende de
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,
gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 29
mei 2000, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 februari 2004 en
gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 2005 worden de volgende
wijzigingen aangebracht :
1° worden de woorden « van de verstrekking 102771 » vervangen door de
woorden « van de verstrekkingen 102771 en 102395 »;
2° het lid wordt aangevuld met de volgende zin :
« Nochtans de afschaffing van het persoonlijk aandeel in het betreffende
honorarium van de verstrekking 102395 wordt slechts toegestaan gedurende een
vooraf bepaalde proefperiode van beperkte duur, namelijk van 1 april 2011
tot en met 31 december 2012. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2011.
Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met
Maatschappelijke Integratie
Mevr. L. ONKELINX
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
9 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 2, A, van de
bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling
van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige
verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1,
gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december
1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003,
9 juli 2004, 27 april 2005 en 27 december 2005, en § 2, gewijzigd bij de wet
van 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 25 april 1997,
bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wet van 10 augustus
2001;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot
vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake
verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
Gelet op het voorstel van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens
zijn vergadering van 9 maart 2010;
Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle
van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op
9 maart 2010;
Gelet op de beslissing van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen
van 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 24
maart 2010;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige
verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering
van 29 maart 2010;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 29 april
2010;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 10
juni 2010;
Gelet op advies 49.073/2 van de Raad van State, gegeven op 12 januari 2011,
met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad
van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 2, A, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14
september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige
verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging
en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9
februari 2011, worden de verstrekking 102395 en de toepassingsregels die
erop volgen opgeheven.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2013.
Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering
van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 februari 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
belast met Maatschappelijke Integratie
Mevr. L. ONKELINX
Uittreksel uit het akkoord 2009-2010:
7. GLOBAAL MEDISCH DOSSIER
De preventieve opdracht van de huisarts en de uitbouw en de bevordering van het globaal medisch dossier.
7.1. De NCGZ versterkt en verbreedt haar beleid omtrent het globaal medisch dossier. De NCGZ wil de centrale rol van de huisarts in de preventie ondersteunen en daarbij het globaal medisch dossier als centraal preventie-instrument inschakelen : ze zal daartoe een geïntegreerd voorstel uitwerken tegen 1 juli 2009.
Voor deze maatregelen is in totaal 24,097 miljoen euro voorzien.
7.2. Versterking en verbreding van het GMD
7.2.1. Honorarium voor het globaal medisch dossier
Het honorarium voor het globaal medisch dossier (codes 102771 en102793) wordt met ingang van 1 januari 2009 verhoogd tot 27,5 euro (meerkost 3,240 miljoen euro).
7.2.2. Vlottere aanrekening en betaling van het GMD-honorarium
Om de drempel voor het aanrekenen van het GMD zowel voor de patiënt als voor de huisarts zoveel mogelijk te verlagen, gelast de NCGZ een werkgroep voorstellen te formuleren met betrekking tot de uitbreiding en versterking van het systeem van de sociale derdebetaler, de elektronische overmaking van facturatiegegevens en de snellere betaling door de verzekeringsinstellingen aan de huisartsen.
De NCGZ zal een voorstel uitwerken op basis waarvan de regeling betreffende de administratieve verlenging van het GMD aangepast wordt tot een systeem van een meer automatische verlenging met het oog op een snellere betaling van het honorarium voor het verlengen van het beheer van het GMD .
7.3. De rol van de huisarts in de preventieve gezondheidszorg.
7.3.1. Prioritaire doelstellingen en budget
Voor het bevorderen van de preventieve rol van de huisarts is op jaarbasis een bedrag van 20,857 miljoen euro beschikbaar. De NCGZ zal binnen dit budgettaire kader de prioritaire doelstellingen bepalen; daarbij kan, uitsluitend bij wijze van voorbeeld, verwezen worden naar de griepvaccinatie bij 65plussers en chronisch zieken, de screening op colorectale kanker voor patiënten van 50 tot 74 jaar, de screening op cardiovasculaire risicofactoren, het gesprek over rookgedrag en rookstopadvies, ….
7.3.2. De praktische organisatie van de rol van de huisarts in de preventieve zorg voor de gezondheid van zijn patiënt
De TGR zal de modaliteiten van een preventiemodule voor de huisarts ontwikkelen, die de volgende elementen bevatten:
· het starten van de preventie-module tussen de huisarts en zijn patiënt;
· het beheer van de module;
· de duur van de module;
· het verderzetten van de module na het eerste jaar.
De TGR ontwikkelt deze modaliteiten met het oog op de implementatie ervan in het elektronisch medisch dossier, zonder dat dit het gebruik van de module door niet-geïnformatiseerde huisartsen in het gedrang brengt.
De Nationale raad voor kwaliteitspromotie (NRKP) zal aanbevelingen opstellen betreffende de meetbare preventieve objectieven die voor elke doelgroep worden vooropgesteld.
De regelgeving zal ten slotte de implicaties van het starten en verlengen van een preventiemodule voor het openen en verlengen van het beheer van het globaal medisch dossier preciseren.
De NCGZ zal bijkomende maatregelen ontwikkelen ter bevordering van het gebruik van het elektronisch medisch dossier. De NCGZ dringt er bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op aan in het eerste semester van 2009 over te gaan tot de registratie van de groepspraktijken van huisartsen, zodat de incentives in het kader van de preventie-module alsook deze in het kader van de zorgtrajecten ook kunnen worden toegekend indien een patiënt een beroep op een andere huisarts van de groepspraktijk dan de huisarts die zijn globaal medisch dossier beheert.
7.3.3. Honoraria voor de huisarts
De huisarts die de start van een preventiemodule met zijn patiënt die een GMD heeft meedeelt aan diens verzekeringsinstelling, ontvangt daarvoor van de VI met toepassing van een specifieke code een jaarlijks forfaitair preventiehonorarium dat in 2009 10 euro bedraagt, als bijkomend honorarium bij het honorarium voor het beheer van het globaal medisch dossier.
In samenhang met de bestaande nomenclatuur inzake het globaal medisch dossier werkt de TGR een geïntegreerd voorstel uit waarbij :
· de betaling van het eerste forfaitair preventiehonorarium afhankelijk is van het in kennis stellen van de verzekeringsinstelling van de start van de preventiemodule;
· het forfaitair preventiehonorarium voor de volgende 2 jaren automatisch betaald wordt door de verzekeringsinstelling;
· het forfaitair honorarium voor het daaropvolgende jaar wordt betaald na ontvangst door de verzekeringsinstellingen van de update van de preventiemodule.
Daartoe zullen gegevens over de in het kader van de preventiemodule verrichte activiteiten worden verzameld op de door de NCGZ bepaalde wijze.
7.3.4. Aanmoediging van de patiënt
De rechthebbende die met zijn huisarts een preventiemodule start, behoudt in elk geval voor de duur van de module het recht op remgeldvermindering voor patiënten met een globaal medisch dossier op de consultaties en huisbezoeken van zijn huisarts en de huisarts(-en) die met hem samenwerkt(-en).
Die remgeldverminderingen op de consultaties zijn een volledige terugbetaling voor rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming en een vermindering tot 3 euro voor de andere rechthebbenden.
7.3.5. Evaluatie
De NCGZ zal een evaluatiesysteem ontwikkelen waarbij, naar het voorbeeld van het systeem dat voor de evaluatie van de zorgtrajecten wordt voorgesteld, de belangrijkste meetbare preventieobjectieven worden geregistreerd, zodat de evaluatie van de preventieve actie van de huisartsen op verschillende niveaus, met inbegrip van de NCGZ en de Lok’s, kan worden georganiseerd. Daartoe zullen gegevens over de in het kader van de preventiemodule verrichte activiteiten worden verzameld op de door de NCGZ bepaalde wijze.