(Sociale)derdebetalersregeling: de definitieve besluiten*

ASGB-BERICHT 2011.070

Geachte Collega,



De uitvoering van punt 3.6 van het akkoord geneesheren-ziekenfondsen 2011 in verband met de Sociale Derdebetalersregeling (3BR) stuitte op veel moeilijkheden. Het ASGB-Kartel heeft hierover verduidelijking gevraagd en is erin geslaagd een groot aantal vereenvoudigingen aan de procedure voor te stellen. Deze voorstellen zijn in de MM-vergadering van 18 april 2011 integraal aangenomen.



De principes die nu goedgekeurd zijn moeten nog praktisch ingevuld worden, en zullen pas juridisch afdwingbaar zijn vanaf 1/7/2011. Toch hebben alle ziekenfondsen maximale goodwill aangeboden om onmiddellijk zoveel als mogelijk de aangekondigde procedure te volgen.



Het ASGB heeft bekomen dat de vereenvoudiging en versnelde betaling, die oorspronkelijk alleen zou gelden voor de regeling sociaal derde betalende, nu ook van toepassing wordt voor alle prestaties, die door een huisarts in derde betalende kunnen (of moeten) gedaan worden.



Praktisch is de procedure aldus: 

  1. De geconventioneerde huisarts is ertoe gebonden “in regel” de sociaal derdebetalersregeling op verzoek van de patiënt toe te passen, alleen voor de consultaties.
  2. De patiënt wordt geïdentificeerd via een ‘xx1’vignet, de SIS-kaart met SAMkaart lezer, of een attestatie van het ziekenfonds. Voor patiënten met een gekend omnio-statuut kan de vermelding van de landsbond en het rijksregisternummer volstaan.
  3. De patiënt betaalt het remgeld aan de huisarts. De vereenvoudiging van de remgelden  (1, 1,50, 4 en 6€) wacht nog op de uitvoeringsbesluiten.
  4. Andere prestaties kunnen op hetzelfde getuigschrift vermeld worden.
  5. De ziekenfondsen geven betalingsgarantie in het geval van de sociaal derde betalende , ook als de’xx1’ vermelding op de ziekenfondsklever niet meer juist is.
  6. Deze garantie betreft alleen de raadpleging. Indien het getuigschrift een xx1 prestatie vermeldt, samen met een GMD dat moet geweigerd worden (reeds vroeger geschreven, eventueel door andere huisarts), dan zal de bijhorende prestatie wel betaald worden.
  7. Bij betalingsweigering indien de patiënt naar een ander ziekenfonds muteerde wordt het getuigschrift naar de huisarts teruggestuurd en vermeldt het ziekenfonds de naam van het nieuwe ziekenfonds.
  8. De getuigschriften worden per landsbond naar één adres gestuurd. De landsbonden bezorgen de huisartsen etiketten. De omslagen mogen ook in de bus van een plaatselijk kantoor gedeponeerd worden, behalve voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen. In iedere omslag dient de huisarts een verzamelstaat bij te voegen, die minstens het aantal getuigschriften vermeldt en het rekeningnummer waarop de betaling dient te gebeuren.
  9. Bij betaling moeten de rekeninguittreksels een duidelijke vermelding maken van de naam van de afzender, en de reden van betaling.
  10. Andere prestaties waarvoor 3BR toegestaan is mogen in dezelfde omslag verstuurd worden. Hiervoor geldt geen betalingsgarantie bij foute gegevens.
  11. Alle betalingen worden ten laatste na 30 dagen uitgevoerd, zonder enige inningskost. Men mag meerdere zendingen per maand doen.
  12. Indien het GMD-honorarium via 3BR ontvangen wordt, dan moet de bijhorende prestatie eveneens via 3BR geregeld worden.
  13. Het GMD-nomenclatuurnummer  màg op  hetzelfde getuigschrift als de bijhorende prestatie; de patiënt dient dit getuigschrift te handtekenen met de vermelding: “die de toepassing van de derdebetalersregeling vraagt”.
  14. Ten behoeve van groepspraktijken màg het GMD-nomenclatuurnummer en de bijhorende prestatie op twee aparte getuigschriften  geschreven worden. De patiënt moet dan beide getuigschriften handtekenen onder de vermelding ‘die de toepassing van de derde betalersregeling vraagt’. Een differentiële betaling op aparte rekeningnummers is mogelijk.



De procedure zal na korte tijd geëvalueerd worden, en zo nodig aangepast worden indien er onverwachte problemen zouden rijzen.



Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

 

2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.