Contingentering

ASGB-BERICHT 2012.113

Geachte Collega,

In het BS van 5/9/2012 verscheen een KB i.v.m. de contingentering.

Vraag is of die daarmee eigenlijk nog bestaat.

Reacties kunnen onderaan dit bericht worden nagelaten

met collegiale groeten,het ASGB-bestuur

[divider line_color="#ddd"]

Publicatie: 2012-09-05

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

1 SEPTEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2008 betreffende de planning van het medisch aanbod

ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35nonies, § 1, 1° en 3°, ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 en vervangen bij de wet van 24 november 2004; Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 mei 2007; Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 2008 betreffende de planning van het medisch aanbod, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 mei 2010; Gelet op de adviezen van de Planningscommissie - medisch aanbod, gegeven op

19 mei 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 16 april 2012; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 21 juni 2012; Gelet op advies 51.649/2/V van de Raad van State, gegeven op 25 juli 2012, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten van de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat er krachtens artikel 19/1 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling een effectbeoordeling werd uitgevoerd; Overwegende dat hieruit blijkt dat de maatregel geen belangrijke effecten op de duurzame ontwikkeling heeft; Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 juni 2008 betreffende de planning van het medisch aanbod en artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 mei 2010, wordt het woord « 2018 » vervangen door het woord « 2017 ».

Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) het eerste lid wordt aangevuld met de woorden :

« - 2460 voor het jaar 2018,

- 1230 per jaar voor de jaren 2019 en 2020. »;

b) in het tweede lid, wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden :

« - 1476 voor het jaar 2018,

- 738 per jaar voor de jaren 2019 en 2020. »;

c) in het tweede lid, wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden :

« - 984 voor het jaar 2018,

492 per jaar voor de jaren 2019 en 2020. ».

Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 7 mei 2010, worden de bepalingen onder 3° /1, 3° /2, 4° /1, 4° /2, 6° /1, 6° /2, 8° /1, 8° /2, 10 en 11° ingevoegd, luidende :

« 3° /1 voor het jaar 2018 minstens 800 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van huisarts, waaronder minstens 480 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 320 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 3° /2 voor de jaren 2019 en 2020 minstens 400 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van huisarts, waaronder minstens 240 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 160 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 4° /1 voor het jaar 2018 minstens 40 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de kinder- en jeugdpsychiatrie, waaronder minstens

24 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 16 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 4° /2 voor de jaren 2019 en 2020 minstens 20 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de kinder- en jeugdpsychiatrie, waaronder minstens

12 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 6° /1 voor het jaar 2018 minstens 40 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, waaronder minstens 24 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 16 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 6° /2 voor de jaren 2019 en 2020 minstens 20 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, waaronder minstens 12 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 8° /1 voor het jaar 2018 minstens 20 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, waaronder minstens 12 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 8° /2 voor de jaren 2019 en 2020 minstens 10 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, waaronder minstens 6 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 4 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 10° voor het jaar 2018 minstens 40 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de geriatrie, waaronder minstens 24 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 16 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap; 11° voor de jaren 2019 en 2020 minstens 20 Geattesteerde Kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de geriatrie, waaronder minstens 12 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 Kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap. ».

Art. 4. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 5. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 september 2012.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX

Reacties

Beste webmaster,

Dank voor dit bericht. Als geïnteresseerde lezer blijf ik toch met vragen zitten. Het Wetstraatees van een KB is vaak enkel leesbaar voor ingewijden of na uitgebreid opzoekingswerk. De leden zouden gebaat zijn met enige duiding:
- wat is er precies veranderd?
- wat zijn de te verwachten gevolgen voor welke artsen?
- heeft het ASGB een precies standpunt inzake deze materie?

Indien dit allemaal in te passen is in uw drukke agenda natuurlijk...
Vriendelijke groet,

Johan

Johan Buffels

Terwijl de meeste Europese landen aan één of andere vorm van contingentering doen en er schijnbaar geen groot probleem in zien , gaan wij de andere weg op al hebben wij al de grootste densiteit aan artsen-bezetting .
De argumenten aangehaald door de Minister van Sociale Zaken gaan voorbij aan cruciale vragen .
Wordt het budget van het RIZIV wel op de meest efficiënte manier ingezet ? Is de belgische specialist niet te veel werkzaam als een huisarts in zijn deelgebied ?
Waarom de grote concentratie van specialisten in bepaalde steden ? Waarom heeft men in het Brusselse zo veel Spoeddiensten ? Nog meer assistenten nodig ( uit het buitenland) om daar de wacht te verzekeren ?
Waarom blijkt de nood aan ziekenhuis pediaters zo groot ?
Waarom de vele brillen- voorschrijvende oogartsen , terwijl weinig van hen de wacht willen verzekeren ? En zo voort !!
Een totaal debat is nodig , liefst niet door de dekanen alleen gevoerd .

Reorganiseer de geneeskunde en mogelijks wordt veel vanzelf opgelost .

Willem Verstraete

Beste,

Een zeer correcte reactie.
We zullen hier de eerstvolgende dagen een blog/opiniestuk over schrijven.

Groeten,

Arnout
namens het ASGB bestuur

A. Van Den Kieboom
2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.