Bevoegdheid erkenningscommissies

ASGB-BERICHT 2012.033

Geachte Collega,



In het BS van 8/3/2012 verscheen een MB i.v.m. de bevoegdheid van een aantal bestaande erkenningscommissies voor de erkenning van subdisciplines.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur 


Publicatie:  2012-03-08



FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU



9 SEPTEMBER 2011. - Ministerieel besluit tot toekenning van de erkenningsopdrachten, voor de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel, aan de erkenningscommissies voor een bijzondere beroepstitel overeenkomstig artikel 4bis eerste lid van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen



De Minister van Volksgezondheid,

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990 en gewijzigd bij de wet van 10 december 2009;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, artikel 4bis, tweede lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 juni 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 3 februari 2010;

Gelet op het advies 47.852/3 van de Raad van State, gegeven op 2 maart 2010, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973,

Besluit :

Enig artikel. Overeenkomstig artikel 4bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, krijgen de erkenningscommissies voor de hieronder opgelijste bijzondere beroepstitels de erkenningsopdrachten toegewezen voor de naast hun naam vermelde bijzondere beroepstitels die voorbehouden zijn aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel:

1° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de klinische biologie : bijzondere beroepstitel in de nucleaire geneeskunde in vitro;

2° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de stomatologie : bijzondere beroepstitel in de orale- en maxillofaciale heelkunde;

3° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde: bijzondere beroepstitel in de spoedzorg;

4° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de neurologie : bijzondere beroepstitel in de kinderneurologie, specifiek voor de houders van de erkenning voor de bijzondere beroepstitel in de neurologie :

5° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de pediatrie: bijzondere beroepstitel in de kinderneurologie, specifiek voor de houders van de erkenning voor de bijzondere beroepstitel in de pediatrie; 

6° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de pediatrie: bijzondere beroepstitel in de neonatologie;

7° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de pediatrie: bijzondere beroepstitel in de pediatrische hematologie en oncologie;

8° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de inwendige geneeskunde: bijzondere beroepstitel in de nefrologie; 

9° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de inwendige geneeskunde: bijzondere beroepstitel in de endocrino-diabetologie;

10° Erkenningscommissie voor de bijzondere beroepstitel in de inwendige geneeskunde: bijzondere beroepstitel in de klinische hematologie.

Brussel, 9 september 2011.

Mevr. L. ONKELINX  

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.