Nomenclatuur reanimatie*

ASGB-BERICHT 2013.063

Bijlagen:

[downloads show="post" post_id="5205"]

[downloads show="post" post_id="5207"]

 

Geachte Collega,

In verband met de recente nomenclatuur van art. 13, reanimatie, publiceerde het RIZIV bijgevoegde informatie. Er is nog een bijkomende toelichting op komst die we u bezorgen zodra ze officieel is.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

[divider line_color="#ddd"]


Toelichting bij de reanimatienomenclatuur

Sinds 1 januari 2013 is de terugbetaling van reanimatieverstrekkingen grondig herzien. Die verstrekkingen zijn vastgelegd in artikel 13 van de nomenclatuur (de ‘reanimatienomenclatuur’) en in de toepassingsregels daarbij. Hier vindt u wat toelichting bij artikel 13 in het algemeen en in het bijzonder ook bij enkele bepalingen ervan.


In welke rubrieken ingedeeld?

De verstrekkingen van artikel 13 zijn ingedeeld in drie rubrieken:

  • Rubriek A bevat verstrekkingen die kunnen aangerekend worden door de verschillende specialisten  die worden vermeld in de aanhef van deze rubriek, namelijk de geneesheer-specialisten voor inwendige geneeskunde, cardiologie, pneumologie, gastro-enterologie, reumatologie, pediatrie, anesthesie-reanimatie, heelkunde, neurochirurgie, orthopedische heelkunde, plastische heelkunde, urologie, neurologie, geriatrie, medische oncologie, urgentiegeneeskunde of acute geneeskunde.
  • Rubriek B bevat verstrekkingen die enkel kunnen aangerekend worden door geneesheer specialisten die houder zijn van de bijzondere beroepstitel intensieve zorg, indien ze bovendien zijn uitgevoerd in de lokalen van een erkende functie voor intensieve zorg (IZ).
  • Rubriek C bevat verstrekkingen uitgevoerd in een dienst NIC ("neonatal intensive care"), evenals enkele verstrekkingen met betrekking tot de functie N*.

Overgangsmaatregel in artikel 13, § 3?

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

Over een verlenging van deze overgangsmaatregel volgt hier zo snel mogelijk informatie.

Verstrekking 211326: welke systemen van hartdebietmeting?

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

De volgende systemen van hartdebietmeting voldoen aan de omschrijving “meting van het hartdebiet door thermodilutiecurven of kleurstofdilutiecurven” vermeld in de verstrekking 211326 (art. 13. § 1. B.):

  • continue hartdebietmeting via thermodilutie met Swan Ganz katheter
  • continue hartdebietmeting via ‘PiCCO pulse contour analyse’, op uitdrukkelijke voorwaarde dat er minstens 3 x per dag gecalibreerd wordt met een manuele thermodilutiemeting.

Is uw aanwezigheid nodig bij verstrekkingen 211223 en 211245?

Betrokken bepaling uit de nomenclatuur

Een geneesheer-specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de intensieve zorg kan de verstrekkingen 211223, 211245 (art. 13 §1 B) enkel aanrekenen als hij ‘intra muros’ aanwezig is in het ziekenhuis en op de vestigingsplaats waar de patiënt wordt verpleegd. Oproepbaar zijn of aanwezig zijn op een andere campus van hetzelfde ziekenhuis is niet voldoende.

Opmerking: een dagelijks verslag in het dossier van de patiënt volstaat niet om deze verstrekkingen te kunnen aanrekenen. Er wordt in de omschrijving van deze verstrekkingen duidelijk vermeld dat het een vergoeding voor ‘installatie van’ en ‘continu toezicht op’ een patiënt betreft.

Honorarium voor toezicht bij rechthebbenden vanaf 7 jaar?

De verstrekkingen 211223, 211245, 211282, 211304, 211341, 211363, 211385, 211400, 211422, 211444, 211466, 211481, 211503, 211540, 211562 bij rechthebbenden vanaf 7 jaar oud geven geen recht op een honorarium voor toezicht, voorzien in artikel 25 van de nomenclatuur, op die dag (art. 13 §2 2°).

Hoe vaak verstrekkingen 211223 en 211245 aanrekenen?

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

  • Met betrekking tot het maximum aantal verstrekkingen 211223 en 211245 dat kan worden aangerekend (art. 13 §2 10°), geldt het volgende: De berekening van het maximum aantal prestaties is gebaseerd op het door de bevoegde overheid bepaald aantal bedden voor de erkende functie intensieve zorg.  (Deze aantallen worden meegedeeld door de FOD Volksgezondheid , die zich steunt  op de informatie doorgegeven door de bevoegde regionale overheden /gemeenschappen die een erkenning verlenen op basis van de normen door de federale overheid bepaald).
  • De verstrekkingen 211223-211245 en 211260 kunnen slechts eenmaal per dag worden aangerekend voor eenzelfde patiënt.
  • De verstrekking 211260 (‘bijkomend honorarium’) moet worden aangerekend op dezelfde dag als de verstrekking 211223 of 211245 (‘basisverstrekking’), maar kan wel door een andere collega worden aangerekend dan diegene die de basisverstrekking attesteerde.

Is een erkende Dienst NIC te beschouwen als ‘lokaal met erkende functie intensieve zorg’?

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

Een erkende dienst NIC ("neonatal intensive care") is het voorwerp van een afzonderlijke erkenning en wordt niet beschouwd als een ‘lokaal met erkende functie voor intensieve zorg (IZ)’ . Voor beide afzonderlijk werden normen bepaald door de federale overheid. Ze worden dan ook door de bevoegde regionale overheden/gemeenschappen afzonderlijk erkend na toetsing aan de specifiek van toepassing zijnde normen: hetzij als dienst  NIC , hetzij als ‘erkende functie IZ’.

Rubriek C van artikel 13 bevat specifieke nomenclatuur voor de dienst NIC.

Welke reglementering is van toepassing?

Artikel 13 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.

[divider line_color="#ddd"]

Verstrekkingen aanrekenen aan patiënten op ‘intensieve zorg’

Als u nomenclatuurverstrekkingen aan patiënten op ‘intensieve zorg (IZ)’ aanrekent, dan moet u rekening houden met enkele aandachtspunten neuropsychiatrie en anesthesie. Ook de ‘dringendheidssupplementen’ vragen uw bijzondere aandacht.


Aandachtspunten neuropsychiatrie

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

  • Voor de verstrekkingen 477116-477120 (elektromyografie) en 477131-477142 (elektro-encefalografisch onderzoek met verslag) wordt een verhoging toegekend van 50% voor patiënten opgenomen in een erkende functie voor intensieve zorg. Er kan bovendien 13 % extra worden aangerekend wanneer het een kind jonger dan 7 jaar betreft.
  • Er is een “dagplafond”  van K125 betreffende de aanrekening van de verstrekkingen  478052 t.e.m. 478122. Dit plafond blijft behouden bij de aanrekening indien de waarde van de verstrekkingen 477116 - 477120 (electromyografie),  477131 -477142 (elektro-encefalografisch onderzoek met verslag) en 478096-478100 ( registratie van de somatosensitieve geëvoceerde potentialen)  bijkomend worden verhoogd met 50% bij een patiënt opgenomen in een erkende functie voor intensieve zorg.

Aandachtspunten anesthesie

Betrokken bepalingen uit de nomenclatuur

De verstrekkingen van art. 13 §1, A , B en C mogen worden aangerekend bij een patiënt bij wie een heelkundige ingreep is verricht waarvan de betrekkelijke waarde gelijk is aan of hoger dan K 500 of N 700 of I 700, niet ingeval deze kleiner is. Er moet wel ook voldaan zijn aan de voorwaarden in verband met aanrekening die zijn opgenomen in artikel 13.

Aanrekenen “dringendheidssupplementen”?

Betrokken bepaling uit de nomenclatuur

Er worden stappen ondernomen om de verstrekking 211525 (dringende nierdialyse op IZ) van artikel 13, rubriek B, in de toekomst toe te voegen aan de onderstaande bepaling in artikel 26 §4. Vóór de herziening van artikel 13 in voege trad, was het ook mogelijk om hiervoor een dringendheidssupplement aan te rekenen, aangezien een overeenkomstige verstrekking in artikel 20 was opgenomen. De betrokken verstrekking werd echter bij de herziening verplaatst.

Welke reglementering is van toepassing?

2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.