Gespecialiseerde functie spoedgevallen en MUG*

ASGB-BERICHT 2013.164

Geachte Collega,
[divider line_color="#fff"]
In het BS van 2/10/2013 verschenen 2 KB's  i.v.m. de erkenningsnormen voor de gespecialiseerde functie spoedgevallen en voor de MUG.
De datum van uitwerking wordt teruggebracht op 1/1/2013 zodat er t.o.v. de vorige regeling geen onderbreking meer bestaat.
Dit heeft belang voor de facturatie van de permanentiehonoraria maar mogelijk ook voor eventuele medicolegale problemen.
[divider line_color="#fff"]
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
[divider line_color="#ddd"]
Publicatie: 2013-10-02
[divider line_color="#fff"]
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
[divider line_color="#fff"]
12 SEPTEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'gespecialiseerde spoedgevallenzorg' moet voldoen om erkend te worden
[divider line_color="#fff"]
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikel 66;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie 'gespecialiseerde spoedgevallenzorg', artikel 3, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1998;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'gespecialiseerde spoedgevallenzorg' moet voldoen om erkend te worden;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, gegeven op 11 oktober 2012;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 april 2013;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 10 juli 2013;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door het feit dat het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg' moet voldoen om erkend te worden, voorziet dat de medische permanentie van de functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg moet worden waargenomen door een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of in de acute geneeskunde, een geneesheer die houder is van een brevet in de acute geneeskunde of een kandidaat geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of in de acute geneeskunde (artikel 9, § 1);
Overwegende dat in artikel 13, §§ 2 en 3, een versoepeling op deze norm wordt voorzien in die zin dat de medische permanentie ook kan worden uitgeoefend door een geneesheer-specialist in de anesthesie-reanimatie, inwendige geneeskunde, cardiologie, gastro-enterologie, pneumologie, reumatologie, heelkunde, neurochirurgie, urologie, orthopedie, pediatrie of neurologie;
Overwegende dat ook kandidaat-geneesheer-specialisten in opleiding in één van de bovenvermelde disciplines met minstens twee jaar opleiding en met noties van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling, in aanmerking komen voor de medische permanentie;
Overwegende dat deze versoepeling werd ingegeven door het gebrek aan spoedartsen, zoals omschreven in artikel 9, § 1;
Overwegende dat het om een tijdelijke maatregel gaat die geldt tot 31 december 2012;
Overwegende dat aangezien een groot deel van de ziekenhuizen nog steeds te kampen heeft met een tekort aan spoedartsen, bij koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 werd beslist om de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 13 te verlengen tot 31 december 2016;
Overwegende dat dit besluit verschenen is in het Belgisch Staatsblad van 11 maart 2013 en 10 dagen na publicatie in werking treedt, met name op 21 maart 2013;
Overwegende dat dit strict genomen een probleem stelt voor de toepassing van de norm tijdens de periode 1 januari 2013 (afloop tijdelijke maatregel) tot 21 maart 2013 (inwerkingtreding verlenging tijdelijke maatregel), hoewel het de bedoeling is dat de verlenging naadloos zou aansluiten op de afgelopen tijdelijke maatregel;
Overwegende dat dit alles met andere woorden een situatie van rechtsonzekerheid creëert;
Overwegende dat hieraan dringend een einde moet komen;
Overwegende dat dit besluit bijgevolg voorziet in de retro-actieve inwerkingtreding van het besluit van 11 februari 2013;
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'gespecialiseerde spoedgevallenzorg' moet voldoen om erkend te worden, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
« Art. 1/1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013. ».
Art. 2. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 september 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX

[divider line_color="#ddd"]
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
[divider line_color="#fff"]
12 SEPTEMBER 2013. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'mobiele urgentiegroep' (MUG) moet voldoen om te worden erkend
[divider line_color="#fff"]
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikel 66;
Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie 'mobiele urgentiegroep', gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 juli 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'mobiele urgentiegroep' (MUG) moet voldoen om te worden erkend;
Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, gegeven op 11 oktober 2012;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 april 2013;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 10 juli 2013;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door het feit dat het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'mobiele urgentiegroep' (MUG) moet voldoen om te worden erkend, voorziet dat de medische permanentie van de MUG-functie moet worden waargenomen door een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of in de acute geneeskunde, een geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde of een kandidaat geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde of acute geneeskunde (artikel 6, § 2);
Overwegende dat in artikel 18, §§ 2 en 3, een versoepeling op deze norm wordt voorzien in die zin dat de medische permanentie ook kan worden uitgeoefend door een geneesheer-specialist in de anesthesie-reanimatie, inwendige geneeskunde, cardiologie, gastro-enterologie, pneumologie, reumatologie, heelkunde, neurochirurgie, urologie, orthopedie, pediatrie of neurologie;
Overwegende dat ook kandidaat-geneesheer-specialisten in opleiding in één van de bovenvermelde disciplines met minstens twee jaar opleiding en met noties van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling, in aanmerking komen voor de medische permanentie;
Overwegende dat deze versoepeling werd ingegeven door het gebrek aan spoedartsen, zoals omschreven in artikel 6, § 2;
Overwegende dat het om een tijdelijke maatregel gaat die geldt tot 31 december 2012;
Overwegende dat aangezien een groot deel van de ziekenhuizen nog steeds te kampen heeft met een tekort aan spoedartsen, bij koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 werd beslist om de overgangsmaatregelen voorzien in artikel 18 te verlengen tot 31 december 2016;
Overwegende dat dit besluit verschenen is in het Belgisch Staatsblad van 11 maart 2013 en 10 dagen na publicatie in werking treedt, met name op 21 maart 2013;
Overwegende dat dit strict genomen een probleem stelt voor de toepassing van de norm tijdens de periode 1 januari 2013 (afloop tijdelijke maatregel) tot 21 maart 2013 (inwerkingtreding verlenging tijdelijke maatregel), hoewel het de bedoeling is dat de verlenging naadloos zou aansluiten op de afgelopen tijdelijke maatregel;
Overwegende dat dit alles met andere woorden een situatie van rechtsonzekerheid creëert;
Overwegende dat hieraan dringend een einde moet komen;
Overwegende dat dit besluit bijgevolg voorziet in de retro-actieve inwerkingtreding van het besluit van 11 februari 2013;
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 11 februari 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie 'mobiele urgentiegroep' (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende :
« Art.1/1. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013. ».
Art. 2. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 12 september 2013.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.