Zorgprogramma cardiologie

ASGB-BERICHT 2014.102

Geachte Collega

In het BS van 20/8/2014 verscheen een Besluit i.v.m. de erkenning van zorgprogramma’s cardiologie.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2014-08-20

VLAAMSE OVERHEID

9 MEI 2014. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 tot vaststelling van aanvullende normen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie B moeten voldoen om erkend te worden

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 29;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 tot vaststelling van aanvullende normen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie B moeten voldoen om erkend te worden;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 februari 2014;
Gelet op advies nr. 55.806/3 van de Raad van State, gegeven op 18 april 2014, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 tot vaststelling van aanvullende normen waaraan de zorgprogramma's cardiale pathologie B moeten voldoen om erkend te worden, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. Het algemeen ziekenhuis dat een erkenning voor het zorgprogramma cardiale pathologie B wil verkrijgen of behouden, neemt deel aan de registratie van gegevens die toelaten om de zorgkwaliteit en patiëntveiligheid te evalueren op het vlak van:
1° de keuze en de tijdsintervallen van de reperfusiestrategie bij acute coronaire syndromen;
2° de medische en paramedische permanentie en het voor cardiale patiënten gehanteerde verwijzings- en transferbeleid naar andere zorgprogramma's cardiale pathologie B;
3° verdere endovasculaire en cardiochirurgische interventies of herinterventies tot één jaar na de eerste behandeling;
4° de duur van opname en heropname van de patiënt die in het zorgprogramma behandeld is, met het oog op risicostratificatie;
5° de uitvoering van de nodige diagnostische onderzoeken om de juiste indicatiestelling tot coronarografie en revascularisatie aan te tonen;
6° de risicogeadjusteerde mortaliteit en complicaties die zich voordoen tijdens en na het ziekenhuisverblijf;
7° de verhouding van het aantal endovasculaire en cardiochirurgische interventies tot het aantal patiënten en het aantal coronarografieën dat uitgevoerd is op die patiënten, alsook het aantal in officiële registers geïncludeerde patiënten van het type `STEMI', `non-STEMI' en andere acute of chronische cardiale pathologie.
De minister kan de registratie, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven en kan de minimale voorwaarden en nadere regels vastleggen waaraan de registratie en het bezorgen van de geregistreerde gegevens moeten voldoen."
Art. 2. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 9 mei 2014.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.