Nomenclatuur artsen zonder erkenning huisarts

ASGB-BERICHT 2014.106

Geachte Collega

In het BS van 16/9/2014 verscheen een KB i.v.m. de toegang tot de nomenclatuur voor artsen zonder de erkenning van huisarts.

Deze nomenclatuur wordt vooral van belang als in 2017, door toepassing van de criteria van het MB van 1/3/2010, een aantal artsen hun erkenning als huisarts verliezen.

Zoals we u al meerdere malen meldden, wordt in de werkgroep huisartsen van de Hoge Raad aan een statuut voor deze artsen gewerkt. Voor het Kartel ASGB/GBO/MoDeS is hierbij van primordiaal belang dat deze artsen hun werk kunnen voort zetten.

Het Kartel is zich ervan bewust dat voor een beperkt aantal artsen het verder werken bemoeilijkt wordt als zij alleen een 101010 consultatie mogen aanrekenen. Wij werken verder aan een aanvaardbare oplossing voor deze artsen.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


​Publicatie: 2014-09-17

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

23 AUGUSTUS 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 1, 2, B en F, 3, § 1, A, en 10, § 5, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003, 9 juli 2004, 27 april 2005, 27 december 2005, 27 december 2012 en 19 maart 2013, en § 2, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wet van 10 augustus 2001;
Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
Gelet op het voorstel van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens zijn vergadering van 7 mei 2013;
Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 7 mei 2013;
Gelet op de beslissing van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen van 3 juni 2013;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 17 juli 2013;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 22 juli 2013;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 oktober 2013;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 27 november 2013;
Gelet op advies 54.870/2 van de Raad van State, gegeven op 14 januari 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Het artikel 1 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, wordt aangevuld met de paragrafen 12 en 13, luidende :
" § 12. In deze nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen wordt beschouwd als :
1° huisarts : de geneesheer die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald;
2° huisarts in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;
3° huisarts op basis van verworven rechten : de geneesheer die is ingeschreven bij de Orde van geneesheren en die op 31 december 1994 de algemene geneeskunde uitoefende zonder houder te zijn van een getuigschrift van aanvullende opleiding, afgegeven door de Minister bevoegd voor Volksgezondheid en van wie de toestand niet is geregeld door één van de bepalingen van het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;
4° houder van het artsendiploma : de persoon die overeenkomstig de artikelen 2, § 1, en 7, § 1, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, de geneeskunde mag uitoefenen, en die niet erkend of in opleiding is als huisarts, noch erkend of in opleiding is als geneesheer- specialist in één van de specialismen vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur, noch voldoet aan de onder 3° vermelde criteria van huisarts op basis van verworven rechten;
5° geneesheer-specialist : de geneesheer die als zodanig wordt erkend door de Minister van Volksgezondheid onder de voorwaarden die door deze laatste worden bepaald en waarvan het specialisme is vermeld in artikel 10, § 1, van deze nomenclatuur;
6° geneesheer specialist in opleiding : de houder van een artsendiploma die voldoet aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten.
§ 13. De houder van het artsendiploma heeft het recht voorschriften op te stellen, een raadpleging te attesteren evenals de verstrekkingen waarvoor de nomenclatuur bepaalt dat ze mogen aangerekend worden door elke arts of verstrekkingen waarvoor hij door de minister die de volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft gemachtigd is ze te verrichten. ".
Art. 2. In artikel 2 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, vervangen bij het koninklijk besluit van 19 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder B,
a) wordt de toepassingsregel die volgt op de verstrekking 101010 opgeheven;
b) wordt de volgende toepassingsregel na de verstrekking 102476 ingevoegd :
"De verstrekkingen 101010, 102454 en 102476 mogen aangerekend worden door de houder van het artsendiploma.";
2° in de bepaling onder F worden de bepalingen onder 2 opgeheven.
Art. 3. In artikel 3, § 1, A, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 september 2012, worden in de inleidende zin de woorden "de erkende huisarts of de algemeen geneeskundige met verworven rechten of de geneesheer-specialist" vervangen door de woorden "elke arts".
Art. 4. In artikel 10, § 5, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, vervangen bij het koninklijk besluit van 9 oktober 1998 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 juni 2001, worden de woorden "iedere erkende huisarts of algemeen geneeskundige met verworven rechten of geneesheer-specialist" vervangen door de woorden "elke arts".
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 6. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 augustus 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
Mevr. L. ONKELINX

--------------

101010 Raadpleging in de spreekkamer door een huisarts op basis van verworven rechten N 6

De verstrekking 101010 mag aangerekend worden door een houder van een artsendiploma ingeschreven bij de Orde van geneesheren vóór 31 december 2004 (F.2.3° a)).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.