Referentiebedragen

ASGB-BERICHT 2014.119

20141013-Riziv antwoord op brief ref.bedragen in ZH

Referentiebedragen.2014-1

Geachte collega,

Tijdens een vorige vergadering van de NCGZ vroegen we het Riziv naar de identificatie van de ziekenhuizen die in het systeem van de referentiebedragen gevat werden voor terugbetaling van de meeruitgaven.

We verkregen hierop recent het antwoord.

Het Riziv heeft gelijk dat men uit deze louter financiële gegevens niet kan afleiden of deze ziekenhuizen kwalitatieve zorg afleveren of niet.

Niettemin is het voor de individuele accreditering (een zgn. kwaliteitslabel) een voorwaarde om “geen herhaalde opmerkingen te hebben gekregen op basis van de vaststellingen van de voor de evaluatie van de medische profielen bevoegde commissie. Die vaststellingen hebben betrekking op het voorschrijven en uitvoeren van diagnostische en therapeutische verstrekkingen volgens door de commissie vastgestelde criteria.”

Het totale bedrag mag dan wel verminderd zijn, voor individuele ziekenhuizen gaat het om vrij forse bedragen. Men zou denken dat zij dan hun gedrag bijsturen -en alle Vlaamse ziekenhuizen hebben dit blijkbaar gedaan- maar sommige komen jaar na jaar in de selectie voor, soms zelfs met toenemende bedragen. Dit betekent allicht dat de winsten op de verstrekkingen nog steeds hoger liggen dan de teruggevorderde bedragen. En indien deze cultuur bestaat voor het dozijn APR-DRG’s  (SOI1 en SOI2) waarop de referentiebedragen betrekking hebben dan ligt het voor de hand dat de meeruitgaven voor de honderden andere, minder homogene, APR-DRG’s hiervan vermoedelijk nog een veelvoud zijn.

Het is u bekend dat er alweer forse besparingen voor deur staan en dat zelfs de index voor 2015 niet zal worden toegekend. Het is voor het ASGB/Kartel niet langer aanvaardbaar dat deze besparingen keer op keer lineair worden toegepast (cardiologie, reanimatie, klinische biologie,...).

Dit moet stoppen!

met collegiale groeten,  het ASGB-bestuur

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.