Remgeld bij specialist

ASGB-BERICHT 2014.123

Geachte collega

In het BS van 29.12.2014 verschenen twee KB's met de nieuwe tegemoetkomingen voor raadpleging bij een specialist.
Zoals u weet heeft de regering beslist om de remgelden bij specialisten te ‘vereenvoudigen’, lees: meestal te verhogen.
De remgeldvermindering bij soft echelonnering blijft onverminderd geldig.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2014-12-29

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
 
19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 37, § 1, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 april 1997 en de wetten van 22 augustus 2002, 27 december 2006, 26 maart 2007, 21 december 2007, 22 december 2008, 23 december 2009,19 mei 2010 en 29 maart 2012;
Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 12 november 2014;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 17 november 2014;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 november 2014;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 december 2014;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het feit dat de maatregel die dit besluit voorziet is ingeschreven in de globale begrotingsdoelstelling 2015 voor een besparing van 32,9 miljoen euro en bijgevolg in werking moet treden op 1 januari 2015 om deze besparing in 2015 te kunnen realiseren; dat het huidige systeem van de persoonlijke aandelen van de rechthebbenden voor de raadplegingen bij de artsen-specialisten complex en weinig transparant is zowel voor de patiënt, de artsen, de ziekenfondsen als voor het RIZIV; dat dit besluit een nieuw systeem voorziet op basis van een vast bedrag voor alle specialiteiten, waardoor het meer transparant wordt; dat dit besluit het persoonlijk aandeel niet meer linkt aan de honoraria van de artsen waardoor hun automatische verhoging wordt vermeden; dat dit besluit daarom zo spoedig mogelijk moet worden aangenomen en gepubliceerd;
Gelet op het advies 56.878/2 van de Raad van State, gegeven op 16 december 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 4, van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 november 2009 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 december 2009 en 19 februari 2013 wordt vervangen als volgt :
« Art. 4. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 19 van voormelde wet van 14 juli 1994, voor de raadplegingen van de geneesheren-specialisten voorzien in artikel 2, B, van de bijlage bij voorgenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984, wordt als volgt vastgesteld :
1° 3 euro voor de verstrekkingen aangeduid met de rangnummers 102012, 102034, 102071, 102093, 102115, 102130, 102152, 102174, 102196, 102211, 102233, 102255, 102270, 102292, 102314, 102336, 102351, 102373, 102535, 102550, 102572, 102594, 102616, 102631, 102653, 102675, 102690, 102712, 102734, 102756, 102815, 102830, 102874, 102896, 102911, 102933, 102955, 102970, 102992;
2° 2,50 euro voor de verstrekking aangeduid met de rangnummer 102513;
3° 1,00 euro voor de verstrekking aangeduid met de rangnummer 102491. ».
Art. 2. In artikel 7quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 1986 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 1987, 7 augustus 1995, 1 mei 2006 10 juni 2006, 18 mei 2008, 30 mei 2008, 23 oktober 2009, 18 augustus 2010, 24 januari 2011, 30 november 2011, 19 februari 2013 et 19 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de rangnummers « 102233 », « 102955 » en « 102970 » opgeheven;
2° het vijfde en zesde lid worden opgeheven.
Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 februari 1985, 11 december 1987, 8 januari 1992 en 19 februari 2013, wordt het cijfer « 4 » opgeheven.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 5. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 december 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK


FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
 
19 DECEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 37bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
 
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 37ter, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994;
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 12 november 2014;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 17 november 2014;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 november 2014;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 1 december 2014;
Gezien het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse gezien de hoogdringendheid gemotiveerd door het feit dat de maatregel die dit besluit voorziet is ingeschreven in de globale begrotingsdoelstelling 2015 voor een besparing van 32,9 miljoen euro en bijgevolg in werking moet treden op 1 januari 2015 om deze besparing in 2015 te kunnen realiseren; dat het huidige systeem van de persoonlijke aandelen van de rechthebbenden voor de raadplegingen bij de artsen-specialisten complex en weinig transparant is zowel voor de patiënt, de artsen, de ziekenfondsen als voor het RIZIV; dat dit besluit een nieuw systeem voorziet op basis van een vast bedrag voor alle specialiteiten, waardoor het meer transparant wordt; dat dit besluit het persoonlijk aandeel niet meer linkt aan de honoraria van de artsen waardoor hun automatische verhoging wordt vermeden; dat dit besluit daarom zo spoedig mogelijk moet worden aangenomen en gepubliceerd;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de maatregel die dit besluit voorziet is ingeschreven in de globale begrotingsdoelstelling 2015 voor een besparing van 32,9 miljoen euro en bijgevolg in werking moet treden op 1 januari 2015 om deze besparing in 2015 te kunnen realiseren; dat het huidige systeem van de persoonlijke aandelen van de rechthebbenden voor de raadplegingen bij de artsen-specialisten complex en weinig transparant is zowel voor de patiënt, de artsen, de ziekenfondsen als voor het RIZIV; dat dit besluit een nieuw systeem voorziet op basis van een vast bedrag voor alle specialiteiten, waardoor het meer transparant wordt; dat dit besluit het persoonlijk aandeel niet meer linkt aan de honoraria van de artsen waardoor hun automatische verhoging wordt vermeden; dat dit besluit daarom zo spoedig mogelijk moet worden aangenomen en gepubliceerd;
Gelet op het advies 56.877/2 van de Raad van State, gegeven op 16 december 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 37bis, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, ingevoegd bij de wet van 21 december 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 juli 2014 worden de bepalingen onder C vervangen als volgt :
« C. 1° 12 euro voor de raadplegingen van de geneesheren-specialisten en de toeslag uit artikel 2, B, van bedoelde bijlage onder de codenummers : 102012, 102034, 102071, 102093, 102115, 102130, 102152, 102174, 102196, 102211, 102233, 102255, 102270, 102292, 102314, 102336, 102351, 102373, 102513, 102535, 102550, 102572, 102594, 102616, 102631, 102653, 102675, 102690, 102712, 102734, 102756, 102815, 102830, 102874, 102896, 102911, 102933, 102955, 102970, 102992;
2° 6 euro voor de toeslag voor de raadplegingen van de geneesheren-specialisten uit artikel 2, B, van bedoelde bijlage onder de codenummer 102491;
3° 40 pct., met een maximum van 15,50 EUR per verstrekking, van het honorarium voor de bezoeken van de geneesheren uit artikel 2, C, van bedoelde bijlage onder de codenummers 103014, 103051 en 103073; ».
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.
Art. 3. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 december 2014.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. M. DE BLOCK

Reacties

Hebben jullie een document waarin de toepassing van de zgn " Zachte echelonnering " uitgelegd wordt,
het is me als specialist niet duidelijk wat wij moeten doen met het A 4 papier dat sommige patienten meebrengen wanneer zij verwezen zijn vanwege een huisarts naar de specialist.

vriendelijke dank,
dr katelijn de lepeleire

de lepeleire

Beste Collega,

u moet niets doen met dat formulier. Het is bestemd voor de mutualiteit, als bewijs dat de patiënt naar een specialist werd verwezen door zijn GMD-houdende huisarts. De patiënt moet dat niet aan u tonen, maar meesturen naar de mutualiteit, samen met uw getuigschrift voor verstrekte hulp.
Inderdaad een te omslachtige regeling!
Wij pleiten al jaren voor vereenvoudiging, b.v. door elektronische notificatie via Mycarenet, en een uitbreiding naar alle specialiteiten, meerdere keren per jaar.
met vriendelijke groeten,
Reinier Hueting

reinier hueting
2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.