Nomenclatuur artikel 13

ASGB-BERICHT 2015.019

NCGZ 2015-38_Art 13 Réanimation
NCGZ 2015-38add_Actua_Art 13 Réanimation

Geachte collega

We meldden u recent de aangepaste tarieven van artikel 13, reanimatie.

Dit behoeft enige verdere duiding.

Zoals u weet werd de opwaardering van de honoraria van artikel 13 principieel goedgekeurd in 2009.

Het heeft meer dan 2 jaar geduurd om dit technisch uit te werken. Van in het begin waren we beducht voor een budgetoverschrijding (ons baserend op eerdere studies van het RIZIV) en daarom verkoos de werkgroep van de TGR om dit toezichthonorarium (en alleen dit) te koppelen aan de APR-DRG via een nationaal gemiddelde bedrag.
In extremis werd dit voorstel door de BVAS afgeschoten en werd dit toch een open budget waarvan de ontsporing in de sterren stond geschreven.

Met de analyse van de uitgaven van 2015 werd dit ten overvloede bevestigd en werd ons door de regering een besparing van 29,2 miljoen opgelegd. Via een aanpassing van de sleutelletter ging deze besparing in op 1 januari 2015. We hebben ons meermaals verzet tegen dergelijke blinde lineaire maatregel. De uiteindelijke aanpassing, die nog in het BS moet gepubliceerd worden, lijkt ons echter al niet veel beter.

De oorzaken van de overschrijding moeten beter in kaart gebracht worden. Zonder twijfel werd (wordt) er in sommige ziekenhuizen gefraudeerd door de toezichthonoraria en de nachtsupplementen aan te rekenen zonder dat er (op elke vestigingsplaats) een intensivist aanwezig is. Voorbeelden werden in de NCGZ door de VI met naam en toenaam vermeld. Het RIZIV heeft ‘grootscheepse controles’ aangekondigd maar daarvan hebben we nog geen resultaat gezien. We hebben wel geëist dat de eventueel teruggevorderde bedragen in mindering van de besparing zullen gebracht worden.

In sommige ziekenhuizen werd het toezichthonorarium tientallen tot honderden procenten meer aangerekend dan wat o.b.v. het aantal erkende bedden zou mogen (cfr. toepassingsregel 10: De optelling van het aantal verstrekkingen 211223 en 211245 dat per jaar kan worden aangerekend per erkende functie intensieve zorg kan het aantal bedden dat aan deze functie is toegewezen, vermenigvuldigd met 365, niet overschrijden." ). Blijkbaar slaagt men er niet eens in om dit aantal erkende bedden correct te definiëren of te controleren.  “...het aantal bedden dat aan deze functie is toegewezen...” dit is o.i. een nietszeggende obsolete terminologie. Waartoe dergelijke toepassingsregels dan dienen is ons een raadsel.

Indien het besluit echter zou zijn dat er geen misbruiken kunnen worden vastgesteld dan mag men ervan uitgaan dat de uitgaven terecht waren en dan is de besparing ook niet gewettigd. Bij een volgend akkoord moet dan eventueel terug een compensatie voorzien worden. Een mogelijke oorzaak voor de initiële onderschatting van de uitgaven is o.i. het grote aantal dagen dat in de oude nomenclatuur ‘gratis’ gewerkt werd door de limiet op de duur van monitoring en kunstmatige beademing (resp. 3, 5, 21 dagen). Dit aantal dagen was immers onbekend en blijkbaar veel hoger dan vermoed.

Na re-analyse blijkt de uiteindelijke overschrijding nu toch weer 5 miljoen minder erg dan initieel berekend, en dit volledig in artikel 13B. Vermoedelijk heeft dit te maken met het aflopen van de overgangsperiode, zoals we altijd voorspeld hebben, en met het afschrikeffect van de aangekondigde controles. In elk geval werd gedurende de eerste 4-5 maanden van dit jaar te veel bespaard. Men heeft nu beslist om deze 5 miljoen volledig toe te kennen aan de verstrekkingen van artikel 13A, terwijl bv. de overschrijding in de spoedgevallen even hoog was als in de reanimatie.

Het schrappen van de vergoeding voor het toezichthonorarium op de dag van ontslag zal een enorme repercussie hebben in de diensten waar de gemiddelde ligduur maar een tweetal dagen bedraagt (nationaal +/- 4 dagen). Des te meer wanneer ook de eerste dag na een heelkundige ingreep niet mag worden aangerekend.

Het cumulverbod met anesthesie (behalve voor de hoogste nummers die maar betrekking hebben op een klein aantal heelkundige ingrepen) staat haaks op het initiële uitgangspunt dat de moderne intensieve zorg proactief moet werken (bv. perioperatieve optimalisatie) i.p.v reactief na verwikkelingen. Het is vaak ook eerder de toestand van de patiënt dan het nomenclatuurnummer van de anesthesist of de chirurg  die een opneming in intensieve zorg verantwoordt.

Het blijft moeilijk te aanvaarden dat wanneer een anesthesist een (ev. beademde) patiënt na de narcose naar intensieve zorg verwijst, hij zelf zijn honorarium int (waarin postoperatieve toezicht begrepen is) en de intensivist die het werk doet er niets kan voor aanrekenen.

Wij zijn ervan overtuigd dat deze maatregelen zullen resulteren in een hogere dan de gevraagde besparing en eisen dan ook dat dit bedrag volgend jaar opnieuw aan het budget van art. 13B zal worden toegevoegd. Bv. “men schat men schat dat bij  80% van de opnames een toezicht op de dag van opneming + de dag van ontslag wordt aangerekend” : dat is natuurlijk bij 100% , waarom zou iemand een dag laten vallen? Of : ”
men schat dat in 50% der nachten een intensivist aanwezig is”: in de TGR meldde de DGEC dat ze 40% hebben vastgesteld, waarom dan dit verschil van 10%?

Wij vrezen dat sommige diensten nu slechter af zullen zijn dan voor de opwaardering, in het bijzonder deze die bestaft worden door internisten waar de anesthesiehonoraria niet gepoold worden: ze hebben bijkomende stafleden aangetrokken en worden nu geconfronteerd met een draconische besparingsmaatregel. Minstens even erg is dat mogelijk heel wat jonge artsen die een stageplan intensieve zorg hebben ingediend nu mogelijk tevergeefs op een betrekking zullen moeten wachten

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.