Vaststelling BFM

ASGB-BERICHT ASGB-BERICHT2017.079

Geachte collega,

In het BS van 2/8/2017 verscheen een KB i.v.m. het BFM der ziekenhuizen.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


 Publicatie: 2017-08-02

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
 
21 JULI 2017.-Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikel 105, § 1, gewijzigd bij de wetten van 10 april 2014 en 18 december 2016;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen;
Gelet op de adviezen van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, gegeven op 14 april 2016, 23 maart 2017 en 11 mei 2017;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 31 mei 2017;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 16 juni 2017;
Gelet op het advies 61.672/3 van de Raad van State, gegeven op 12 juli 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikelen 53, 54, 55, § 3, 58, § 2, 63quater, 63quinquies, 63septies en 74ter van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen worden de woorden "het aantal erkende bedden is dat in aanmerking genomen bij de vaststelling van het laatst betekende budget van financiële middelen" vervangen door de woorden "het aantal erkende bedden is datgene dat bekend is bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar".
Art. 2. In artikel 56 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de paragrafen 1 en 1bis worden vervangen als volgt :
" § 1. Teneinde te voldoen aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist en de geneesheer-ziekenhuishygiënist, bedoeld in het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, wordt onderdeel B4 van het budget van de algemene ziekenhuizen, met uitzondering van de geïsoleerde Sp-ziekenhuizen en -diensten met minder dan 150 erkende bedden, met uitzondering van de geïsoleerde G-ziekenhuizen en -diensten met minder dan 150 erkende bedden en met uitzondering van de Sp-ziekenhuizen en -diensten voor palliatieve zorg en van het budget van de ziekenhuizen die over minstens 150 erkende bedden beschikken onder de kenletter G en/of kenletter Sp in combinatie met bedden erkend onder de kenletters A, T of K en die over minstens 150 bedden beschikken erkend onder de kenletter G en/of de kenletter Sp, vanaf 1 juli 2007, voor beide functies verhoogd met 53.105 euro (index 1 juli 2007) per fulltime equivalent verpleegkundige-ziekenhuishygiënist en met 81.709,74 euro (index 1 juli 2007) per fulltime equivalent geneesheer-ziekenhuishygiënist.
Het respectievelijk aantal fulltime equivalenten wordt als volgt berekend :
- voor de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist: Bi x C/1.000,
- voor de geneesheer- ziekenhuishygiënist: Bi x C/2.400,
met dien verstande dat elk betrokken ziekenhuis moet beschikken over een financiering van op zijn minst 1 FTE verpleegkundigenhygiënist en 0,5 FTE geneesheerhygiënist;
waarbij :
Bi = aantal verantwoorde bedden vastgesteld overeenkomstig bijlage 3 van dit besluit voor de betrokken dienst op 1 juli van het dienstjaar. Met bed wordt bedoeld de verantwoorde bedden of erkende bedden voor de kenletters waarvoor geen verantwoorde bedden worden berekend of voor de ziekenhuizen bedoeld in artikel 33, §§ 1 en 2. Het aantal verantwoorde bedden is dat gebruikt bij de vaststelling van het budget van financiële middelen van het betrokken dienstjaar en het aantal erkende bedden is datgene dat bekend is bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar;
C = coëfficiënt per dienst.
Deze coëfficiënt wordt per dienst als volgt vastgesteld :

C 3 C 3
D 2,3 D 2,3
C + D (I) 4,6 C + D (I) 4,6
E 2,3 E 2,3
M 2,3 M 2,3
NIC 4,6 NIC 4,6
L 4,6 L 4,6
G 1,5 G 1,5
A 0,2 A 0,2
T 0,1 T 0,1
K 0,2 K 0,2
Sp 0,2 Sp 0,2

Het aldus bepaalde bedrag wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan 10 percent van voornoemd budget teneinde de werkingskosten te dekken die inherent zijn aan de activiteit van voornoemde functies.
§ 1bis. Vanaf 1 januari 2010 wordt, teneinde aan de wettelijke verplichtingen inzake de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist en de geneesheer-ziekenhuishygiënist te voldoen, bedoeld in het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, onderdeel B4 van het budget van de geïsoleerde Sp-ziekenhuizen en -diensten met minder dan 150 erkende bedden, de geïsoleerde G-ziekenhuizen en -diensten met minder dan 150 erkende bedden en van het budget van de ziekenhuizen die over erkende bedden beschikken onder de kenletter G en/of de kenletter Sp in combinatie met erkende bedden onder de kenletters A, T of K en die over minder dan 150 erkende bedden beschikken onder de kenletter G en/of de kenletter Sp, verhoogd op basis van een bedrag van 53.105 euro (index 1 juli 2007) per VTE verpleegkundige-ziekenhuishygiënist en van 81.709,74 euro (index 1 juli 2007) per VTE geneesheer-ziekenhuishygiënist, overeenkomstig de volgende modaliteiten :
1) voor de geïsoleerde Sp-ziekenhuizen en -diensten met minder dan 100 erkende bedden, de geïsoleerde G-ziekenhuizen en - diensten met minder dan 100 erkende bedden en de ziekenhuizen die beschikken over erkende bedden onder de kenletter G en/of de kenletter Sp in combinatie met bedden erkend onder de kenletters A, T of K en die beschikken over minder dan 100 bedden erkend onder de kenletter G en/of de kenletter Sp, wordt het respectievelijk aantal voltijdse equivalenten berekend als volgt :
- voor de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist : Bi x C/1.000,
- voor de geneesheer-ziekenhuishygiënist : Bi x C/2.400,
met dien verstande dat elk betrokken ziekenhuis moet beschikken over een financiering van op zijn minst 0,25 VTE verpleegkundige-hygiënist en 0,1 VTE geneesheer-hygiënist,
waarbij :
Bi = aantal erkende bedden zoals dit bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar gekend is;
C = coëfficiënt per dienst.

Sp 0,2 Sp 0,2
G 1 G 1

Het aldus bepaalde bedrag wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan 10 percent van voornoemd budget teneinde de werkingskosten te dekken die inherent zijn aan de activiteit van voornoemde functies.
2) voor de geïsoleerde Sp-ziekenhuizen en -diensten met tussen de 100 tot 149 erkende bedden, de geïsoleerde G-ziekenhuizen en -diensten met tussen de 100 tot 149 erkende bedden en de ziekenhuizen die enkel over erkende bedden beschikken onder de kenletter G en/of de kenletter Sp in combinatie met bedden erkend onder de kenletters A, T of K en die beschikken over tussen de 100 en 149 erkende bedden onder de kenletter G en/of de kenletter Sp dan wordt het respectievelijk aantal voltijdse equivalenten berekend als volgt :
- voor de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist : Bi x C/1.000,
- voor de geneesheer-ziekenhuishygiënist : Bi x C/2.400,
met dien verstande dat elk betrokken ziekenhuis moet beschikken over een financiering van op zijn minst 0,50 VTE verpleegkundige-hygiënist en 0,25 VTE geneesheer-hygiënist,
waarbij :
Bi = aantal erkende bedden zoals dit bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar gekend is;
C = coëfficiënt per dienst.

Sp 0,2 Sp 0,2
G 1 G 1

Het aldus bepaalde bedrag wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan 10 percent van voornoemd budget teneinde de werkingskosten te dekken die inherent zijn aan de activiteit van voornoemde functies.";
2° in paragraaf 1ter, tweede lid, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 november 2010, worden de woorden "Bi = aantal erkende bedden zoals dit bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op het ogenblik van de berekening gekend is;" vervangen door de woorden "Bi = aantal erkende bedden zoals dit bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar gekend is;".
Art. 3. In artikel 63, § 2 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 mei 2016, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" § 2. Binnen de perken van het beschikbare budget, dat op 1 juli 2017 is vastgesteld op 118.175.114 euro wordt het onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag voor de ziekenhuizen die deelnemen aan de realisatie van proefstudies die betrekking hebben op thema's op het vlak van geestelijke gezondheid.".
Art. 4. In artikel 63sexies, 1° van hetzelfde besluit worden de woorden "het aantal erkende bedden is dat in aanmerking genomen bij de vaststelling van het laatste betekende budget van financiële middelen" vervangen door de woorden "het aantal erkende bedden is datgene dat bekend is bij de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu op 31 maart van het betrokken jaar".
Art. 5. In artikel 64, §§ 1 en 2 van hetzelfde besluit worden de derde tot en met vijfde leden, respectievelijk laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2015, vervangen als volgt :
"Onder MOC worden verstaan de volgende codes van geneeskundige prestaties, vergoed door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging: 350372-350383, 350276-350280 en 350291-350302.
Op 1 juli 2017 is het bedrag van de toegekende provisie gelijk aan het bedrag gefinancierd op 30 juni 2017.
Deze financiering wordt jaarlijks herzien in het kader van de herziening van het budget van de financiële middelen, op basis van de effectieve toewijzing, de kwalificatie, de ervaring of de vereiste opleiding van de hierboven beschreven VTE's, alsook het reëel aantal MOC's gepresteerd gedurende het betrokken jaar, waarvan de codes hierboven werden hernomen, en die tot 30 juni van het tweede jaar volgend op het prestatiejaar door de ziekte- en invaliditeitsverzekering werden gecomptabiliseerd.".
Art. 6. Bijlage 9 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 juni 2017, wordt aangevuld, luidende :

« Nomenclature Minutes « Nomenclatuur Minuten
275693 175 275693 175
275715 195 275715 195
275752 180 275752 180
275811 85 275811 85
275833 90 275833 90
275855 135 275855 135
275951 115 275951 115
276334 305 276334 305
276356 260 276356 260
276371 315 276371 315
276474 140 276474 140
276496 215 276496 215
276511 200 276511 200
276776 170 276776 170
276931 105 276931 105
277034 155 277034 155
277152 105 277152 105
277233 165 277233 165
277476 120 277476 120
277616 165 277616 165
277631 110 277631 110
278832 145 278832 145
279451 155 279451 155
279473 130 ». 279473 130 ».

Art. 7. In hetzelfde besluit, wordt de bijlage 18, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 januari 2015, vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2017.
Art. 9. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 21 juli 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

Bijlage van het koninklijk besluit van 21 juli 2017 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.