Derdebetalersregeling

ASGB-BERICHT 2017.133

Geachte collega

 

In het BS van 5/10/2017 verscheen een KB i.v.m. de derdebetalersregeling.

 

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2017-10-05

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

18 SEPTEMBER 2017. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 53, § 1, dertiende lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juli 2015 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid;
Gelet op het koninklijk besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling;
Gelet op de verordening van 29 december 1986 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 34quater, vierde lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 14 september 2016;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 19 september 2016;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 25 november 2016;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 10 februari 2017;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies 61.798/2/V van de Raad van State, gegeven op 16 augustus 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
"Inzake de verstrekkingen verleend door een algemeen geneeskundige aan een rechthebbende waarvan hij het globaal medisch dossier beheert, wordt gevolg gegeven aan de verplichting bedoeld in het vorig lid door de verificatie van de identiteit van de rechthebbende op het ogenblik van opening van het globaal medisch dossier zoals bedoeld in artikel 5 of 8 van het koninklijk besluit van 25 juli 2014 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen aan de huisarts een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier enerzijds en van verlenging van het globaal medisch dossier zoals bedoeld in artikel 9 van hetzelfde besluit anderzijds."
Art. 2. In hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt een afdeling 1 ingevoegd die de artikelen 6 en 7 bevat, luidende :
« Afdeling 1. - Verplichte derdebetaler »
Art. 3. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met twee leden, luidende :
"Onder "verzekeringstegemoetkoming in de verpleegdagprijs en de hiermee gelijkgestelde verstrekkingen" wordt verstaan :
1) de verzekeringstegemoetkoming in het bedrag per opneming en het bedrag per dag bij een opneming in een verplegingsinrichting;
2) de bedragen toegekend in toepassing van artikel 4 van de Nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen voor het maxiforfait, de forfaits dagziekenhuis, de gipskamer, de forfaits chronische pijn en voor de manipulatie poortkatheter;
3) het bedrag toegekend in toepassing van artikel 2, § 4, van de Nationale overeenkomst tussen de psychiatrische inrichtingen en diensten en de verzekeringsinstellingen;
4) de kosten aangerekend naar aanleiding van dringende verzorging die een opname in een ziekenhuisbed verantwoordt en/of naar aanleiding van de toediening van een geneesmiddel of bloed/labiel bloedproduct via een intraveneus infuus.
Onder "geneeskundige verstrekkingen die worden verleend tijdens een hospitalisatie" worden verstaan, de verstrekkingen die worden verleend in de in het vorig lid vermelde situaties."
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VI vervangen door een afdeling 2, ingevoegd in hoofdstuk V, die artikel 8 bevat, luidende :
« Afdeling 2. - Verplichte derdebetaler op vraag van rechthebbende »
Art. 5. Het opschrift van hoofdstuk VII van hetzelfde besluit, dat hoofdstuk VI wordt, wordt vervangen als volgt :
« Hoofdstuk VI. - Geneeskundige verstrekkingen waarvoor toepassing derdebetalersregeling facultatief is »
Art. 6. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« De derdebetalersregeling kan, onder de modaliteiten zoals die worden vastgesteld in een afzonderlijke beslissing van de bevoegde akkoorden- of overeenkomstencommissie, of, voor zorgverleners zonder akkoorden- of overeenkomstencommissie, door het Verzekeringscomité bij een in artikel 22, 11° van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 bedoelde verordening, steeds worden toegepast voor de verzekeringstegemoetkoming in de kost van alle geneeskundige verstrekkingen."
2° tussen het eerste en tweede lid worden vier leden ingevoegd, luidende :
"Onverminderd het vorig lid, wordt de zorgverlener voor de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in de artikels 27, 28, § 8, 29, 30 en 31 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984 verzocht om de derdebetalersregeling toe te passen indien de rechthebbende daarom vraagt.
De datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde modaliteiten wordt bepaald door de betrokken commissie of door het Verzekeringscomité indien deze de modaliteiten vaststelt.
Deze modaliteiten verbinden de zorgverleners van de betrokken categorie, ongeacht of ze zijn toegetreden tot de in artikel 42 of 50 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 bedoelde overeenkomst of akkoord.
Ze worden bekendgemaakt in de vorm van een bericht in het Belgisch Staatsblad en blijven van toepassing tot andere modaliteiten worden afgesproken."
3° het tweede lid, dat het zesde lid wordt, wordt opgeheven.
4° het derde lid, dat het zevende lid wordt, wordt opgeheven.
5° het vierde lid, dat het achtste lid wordt, wordt opgeheven.
6° het vijfde lid, dat het negende lid wordt, wordt opgeheven.
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk VII ingevoegd, luidende :
"Hoofdstuk VII. - Geneeskundige verstrekkingen waarvoor toepassing derdebetalersregeling verboden is.
Afdeling 1. - Verbod
Art. 9/1. In afwijking van artikel 9, is het toepassen van de derdebetalersregeling, onder voorbehoud van artikels 6, 7 en 8, verboden voor de betaling van de verzekeringstegemoetkoming :
1° in de kosten van alle geneeskundige verstrekkingen bedoeld in hoofdstuk II van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
2° in de overeenkomstig de bepalingen van artikel 50 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 vastgestelde reiskosten;
3° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen vermeld onder de nummers 0401-301011 en 0404-301033 in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het vorenbedoelde koninklijk besluit van 14 september 1984;
4° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, vermeld onder de codenummers die zijn opgenomen in de rubriek "PREVENTIEVE BEHANDELINGEN" in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het voornoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
5° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden en vermeld onder de titel "Conserverende verzorging" in artikel 5, § 2 van de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984;
6° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden en vermeld onder de titel "Radiografieën" in artikel 5, § 2 van de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984.
7° in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in hoofdstuk X van de bijlage bij bovengenoemd koninklijk besluit van 14 september 1984 die worden verricht op school.
Afdeling 2. - Uitzonderingssituaties
Art. 9/2. De bepalingen van het artikel 9/1 zijn evenwel niet van toepassing wanneer deze geneeskundige verstrekkingen verleend werden :
1° in het kader van een akkoord bedoeld in artikel 52 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
2° in centra voor geestelijke gezondheidszorg, centra voor gezinsplanning en sexuele voorlichting en centra voor opvang van toxicomanen;
3° in inrichtingen gespecialiseerd in het verzorgen van kinderen, bejaarden of mindervaliden;
4° aan rechthebbenden die tijdens de behandeling overlijden of zich in comateuze toestand bevinden;
5° aan de rechthebbenden die zich in een occasionele individuele financiële noodsituatie bevinden, behoudens in geval van geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 5, § 2 van de bijlage bij het vorenbedoelde koninklijk besluit van 14 september 1984;
6° aan de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
7° aan gerechtigden en aan de personen te hunnen laste die, omdat het jaarlijks bruto belastbaar gezinsinkomen niet hoger is dan het bedrag bedoeld in artikel 14 § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, vrijgesteld zijn van bijdrageplicht overeenkomstig artikel 134 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
8° aan de rechthebbenden die voor het toepassen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecontroleerde werklozen zijn, die sedert ten minste zes maanden de hoedanigheid hebben van volledig werkloze als bedoeld in de reglementering betreffende de werkloosheid en in de zin van laatstgenoemde reglementering de hoedanigheid hebben van werknemer met gezinslast of van alleenstaande, alsmede de personen die te hunnen laste zijn;
9° aan de rechthebbenden die voldoen aan de medisch-sociale voorwaarden om recht te geven op de verhoogde kinderbijslag overeenkomstig artikel 47 van de algemene kinderbijslagwet van 19 december 1939 en van de personen die te hunnen laste zijn;
10° aan de rechthebbenden op het statuut chronische aandoening, bedoeld in artikel 37vicies/1 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994;
11° aan palliatieve patiënten in de zin van artikel 7octies, § 2, 1° tot 5° van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen.
De toepassing van de derdebetalersregeling is evenmin verboden wanneer de verstrekkingen worden geleverd in het kader van een georganiseerde wachtdienst zoals bedoeld in artikel 28 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of van een huisartsenwachtdienst georganiseerd overeenkomstig afdeling II van Hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen."
Art. 8. Artikel 2 van de verordening van 29 december 1986 genomen in uitvoering van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 34quater, vierde lid, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, gewijzigd door de verordening van 17 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 9. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 september 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.

2026.031

Antibiotica-indicatoren: eerste (collectief) ‘rapport’ beschikbaar

 

In november 2023 werden drie zgn. indicatoren inzake het voorschrijven van antibiotica ingevoerd, zie ook ons bericht van toen, https://asgb.be/node/28723. De bedoeling was en is uiteraard dat er minder zou voorgeschreven worden.

Een jaar later is de eerste impact van deze indicatoren geanalyseerd en ook gepubliceerd. En wat blijkt? Deze eerste resultaten zijn een stap in de goede richting, aldus het RIZIV.