Terugbetaling van geneesmiddelen o.b.v. aromatase-inhibitoren of fulvestrant

ASGB-BERICHT 2017.160

Geachte collega

 

In het BS van 27/11/2017 verscheen een interpretatieregel i.v.m. de terugbetaling van geneesmiddelen o.b.v. aromatase-inhibitoren of fulvestrant.

 

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2017-11-27

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering Interpretatieregel
Op voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen van 24 oktober 2017 en in uitvoering van artikel 22, 4° bis, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, heeft het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging op 13 november 2017 de hierna volgende interpretatieregel vastgesteld :
Interpretatieve regel voor de terugbetaling van de farmaceutische specialiteiten op basis van een aromatase-inhibitor of op basis van fulvestrant.
Vraag:
In welke mate mag een farmaceutische specialiteit op basis van anastrozol, op basis van letrozol of op basis van fulvestrant terugbetaald worden voor de behandeling van hormoonreceptor-positieve, HER2-negatieve, lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker, indien het een combinatiebehandeling een CDK4/6 inhibitor betreft ?
Antwoord :
Indien een patiënt geniet van een terugbetaling voor een specialiteit op basis van een CDK4/6-inhibitor voor de behandeling van hormoonreceptor-positieve, HER2-negatieve, lokaal gevorderde of gemetastaseerde borstkanker, is de specialiteit op basis van anastrozol, op basis van letrozol of op basis van fulvestrant vergoedbaar zonder voorafgaande machtiging, zelfs indien niet aan alle criteria van de vergoedingsvoorwaarden van de specialiteit op basis van anastrozol, op basis van letrozol of op basis van fulvestrant is voldaan, en dit voor een periode gelijk aan de duur van de machtiging voor terugbetaling van de CDK4/6-inhibitor en indien de aflevering van de specialiteit op basis van anastrozol, op basis van letrozol of op basis van fulvestrant wordt uitgevoerd door de ziekenhuisapotheker die de CDK4/6-inhibitor heeft afgeleverd.
De voorgenoemde interpretatieregel treedt in werking op 1 december 2017.
De Leidend ambtenaar, De Voorzitter,
H. DE RIDDER J. VERSTRAETEN

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.

2026.031

Antibiotica-indicatoren: eerste (collectief) ‘rapport’ beschikbaar

 

In november 2023 werden drie zgn. indicatoren inzake het voorschrijven van antibiotica ingevoerd, zie ook ons bericht van toen, https://asgb.be/node/28723. De bedoeling was en is uiteraard dat er minder zou voorgeschreven worden.

Een jaar later is de eerste impact van deze indicatoren geanalyseerd en ook gepubliceerd. En wat blijkt? Deze eerste resultaten zijn een stap in de goede richting, aldus het RIZIV.