Directe toegang tot de kinesitherapie: wat vinden de artsen daarvan?
Op vrijdag 11 september jl. heeft de ministerraad een ontwerp-KB van minister Vandenbroucke goedgekeurd dat de patiënt - onder bepaalde voorwaarden - een directe toegang tot de kinesitherapie geeft. Dit wil zeggen zonder dat er een voorschrift van een (huis)arts aan voorafgaat.
Hierna vindt u de link naar die beslissing van de ministerraad https://news.belgium.be/nl/vastlegging-wettelijk-kader-voor-de-directe-toegang-tot-kinesitherapie
Met dit KB lijkt de minister alweer eens de woorden die hij zelf regelmatig in de mond neemt “de huisarts is de centrale pion binnen de eerste lijn”, alle oneer aan te doen door exact het omgekeerde te implementeren van hoe hij beweert huisartsen te zien.
Al is anderzijds ook nuancering van deze kritiek op zijn plaats, want de beperking “onder bepaalde voorwaarden” is belangrijk. Zo geldt de directe toegang zonder voorschrift:
- * Enkel voor een beperkt aantal aandoeningen, met name het musculoskeletale domein
- * Enkel bij kiné’s met een tweejarig masterdiploma en minstens twee jaar beroepservaring
- * Max 7 keer per jaar voor dezelfde pathologie
- * En mits terugkoppeling van informatie naar de huisarts (zowel bij het begin als op het einde van de behandeling).
Deze voorwaarden zijn er niet toevallig gekomen maar op uitdrukkelijke vraag van de Hoge Raad (voor huisartsen en artsen-specialisten). Dit orgaan moest wettelijk gezien om advies gevraagd worden door de minister en gelukkig heeft hij daar rekening mee gehouden.
Vanuit het Kartel (ASGB/GBO/MoDeS) stellen we ons echter de vraag hoe men in de praktijk deze voorwaarden/beperkingen ten uitvoer zal (kunnen) brengen.
- * Is het de taak van de huisarts of van de patiënt om na te gaan welke kiné wel en welke kiné niet aan de diploma- en ervaringsvereisten beantwoordt? Wij zijn van mening dat het niet de verantwoordelijkheid van de huisarts mag worden.
- * Via welk kanaal zal de uitwisseling van informatie gebeuren en wat als ze niet plaatsvindt? In dit verband men wij dat er een aanvullende voorwaarde moet worden gesteld: de kinesist moet ofwel deel uitmaken van een multidisciplinair team met een huisarts, ofwel een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten met een huisartsenpraktijk, waarin een soepel en veilig communicatiekanaal is vastgelegd. Deze extra waarborg kan name voorkomen dat patiënten zonder vaste huisarts uitsluitend door een kiné worden behandeld zonder echte continuïteit in de therapeutische opvolging.
Daarnaast vragen wij ons af het onderliggende beoogde doel – besparen natuurlijk (met name op het voorafgaande doktersconsult) – wel bereikt zal worden door deze maatregel. Of zou hij zelfs tot het omgekeerde resultaat gaan leiden? Een overbevragen van de kiné’s (met mogelijke wachttijden tot gevolg), extra beeldvorming na afloop van de 7 sessies, …
Ten slotte maken wij vooral voorbehoud bij het ‘grotere plaatje’, met name over de vraag tot wat dit zal leiden in de toekomst: een opstapje om de kiné zelf het voorschrift te laten schrijven, een aanzet om het (na een tijdje) te veralgemenen tot alle aandoeningen, …? Dat kan en mag allemaal niet de bedoeling zijn, want het zou alleen maar tot een verdere versnippering van de zorg leiden. “Nietwaar, meneer de minister, de huisarts is de centrale pion binnen de eerste lijn? Vergeet het niet, aub!”.
Reactie toevoegen