edische verkiezingen 2010.10-Sociale bescherming

ASGB-BERICHT

Medische verkiezingen 2010.10 KARTEL (ASGB/GBO)



Sociale bescherming.



Het ASGB wil het Riziv sociaal statuut voor geconventioneerde artsen aanzienlijk optrekken. De BVAS verzet zich hiertegen.

Aan dit sociaal statuut wordt door de 85% geconventioneerde artsen zeer veel belang gehecht. Een werkgroep o.l.v. onze ondervoorzitter, Dr. Milan Roex, kreeg in een van de vorige conventies de opdracht om het sociaal statuut door te lichten, te actualiseren en waar mogelijk te verbeteren.

Het sociaal statuut heeft een dubbel doel: een begin van eigen sociale beveiliging aan de zorgverstrekker te bieden in ruil voor tariefzekerheid voor de patiënten. Patiënten die zich voor hun medische zorg wenden tot geconventioneerde artsen genieten van vaste, overeengekomen tarieven. De remgelden zijn beperkt en vooraf gekend. Voor artsen betekent dit een potentieel inkomensverlies. Artsen die de tariefovereenkomst aanvaarden ontvangen van de overheid een forfaitair bedrag dat verplicht moet benut worden voor de eigen sociale bescherming,  voor pensioenvorming en/of het verzekeren van een gewaarborgd inkomen bij ziekte- of ongeval. Omdat het toegekende bedrag voor alle artsen gelijk is, onafhankelijk van de praktijkomvang, betekent dit eveneens een vorm van solidarisering onder de artsen.

Een gevolg is ook dat slechts een volledige aanspraak op het sociaal statuut kan gemaakt worden indien de verstrekker medische prestaties levert, waarbij die tariefzekerheid met de daaruit voorvloeiende potentiële inkomensmatiging, effectief wordt gewaarborgd. Voor sommige groepen kan eventueel een gelijkschakeling overwogen worden (CRA, preventie-artsen).

 

Het ASGB-voorstel tot administratieve vereenvoudiging bij de aanvraag en de toekenning van het sociaal statuut is inmiddels gerealiseerd. Het ASGB bedong ook een versnelde betaling, ten laatste op 15 januari volgend op het betrokken kalenderjaar - en met verschuldiging van nalatigheidinteresten bij laattijdige betaling-  zodat er een duidelijk verband blijft tussen de geleverde tariefzekerheid en het compenserende sociaal statuut.

Concreet wenst het ASGB een pensioenopbouw voor de artsen van hetzelfde niveau als die van een geneesheerinspecteur van het Riziv. Het ASGB berekende dat hiervoor jaarlijks

€ 6.385,28 in 2010 (€ 5.401in 2005) vereist is, wat bevestigd werd door de mutualiteiten en de Riziv-administratie. Dit bedrag zal zelfs nog moeten verhoogd worden na toepassing van de geactualiseerde sterftetafels. Sommigen beweren dat dit bedrag te hoog is en een deconventie de facto onmogelijk maakt. Toch vertegenwoordigt dit bedrag maar € 1-2  per verstrekking voor een huisarts met +/- 5.000 patiëntencontacten per jaar. Een studie van het ASGB toont bovendien aan dat het bedrag van het sociaal statuut over een periode van 25 jaar de evolutie van de honoraria niet verhinderd heeft, eerder integendeel. Elk akkoord bevat een onderdeel nomenclatuur en een onderdeel sociaal statuut waarvan elke arts de voor- en nadelen moet afwegen. Overigens zijn wij vooral bekommerd over het afsluiten van een goed akkoord eerder dan over uitwegen om eraan te ontkomen.



Voor ASO en HAIO vragen we een verdubbeling van het Riziv-sociaal statuut als compensatie voor hun onvolledig (sui generis) bediendenstatuut. Omdat de meesten van hen later toch zelfstandige worden is dit nuttiger dan de uitbreiding van hun bediendenstatuut, wat vooralsnog onbetaalbaar blijkt.

In tegenstelling tot de BVAS hebben o.i. de artsen in universitaire ziekenhuizen evenzeer recht op de Riziv sociale voordelen.



Het is dan ook pijnlijk om vast te stellen dat artsen die vrij hun honoraria bepalen het hun geconventioneerde collega’s niet eens gunnen dat zij behoorlijk sociaal beveiligd zouden worden. Dit is bv. het geval voor de BVAS-voorzitter die het akkoord mee onderhandelt en ondertekent, het vervolgens zelf weigert, maar zich obstinaat verzet tegen een verhoging van de sociale voordelen voor anderen.

De populistische roep naar een sociaal statuut los van de conventie klinkt geregeld maar werd nog nooit concreet onderbouwd. Elk becijferd voorstel waarbij (huis)artsen voordeel zouden doen, zullen wij toejuichen en onmiddellijk ondersteunen. Het is echter politiek ondenkbaar dat een systeem zou gecreëerd worden voor artsen alléén, los van de andere zelfstandigen (advocaten, slagers, bakkers en kappers…). Het is dan wel overduidelijk dat (huis)artsen met hun transparante inkomen een systeem zullen spijzen waarvan andere zelfstandigen met vaak verborgen inkomsten en met een minimale eigen bijdrage, volop zullen genieten. Bovendien heeft het als artsensyndicaat weinig zin om programmapunten te lanceren waarop we dan verder geen enkele vat meer hebben.


Aan het einde van de loopbaan moet het mogelijk zijn om een verdere activiteit onbeperkt te kunnen combineren met de uitkering van het wettelijke pensioen.

 

Voor onze volledig uitgewerkte standpunten over de sociale bescherming van de arts verwijzen we u naar ons dossier hierover (www.asgb.be).

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.