Nefrologie

ASGB-BERICHT

Al jaren streven we naar een hervorming van de manke financiering van de dialyse. Al jaren wordt dergelijke herziening geblokkeerd door de ziekenhuisbeheerders.

Het is volstrekt abnormaal dat de financiering via 2 aparte kanalen blijft verlopen: de honoraria en de forfaits. Nooit is goed uitgeklaard welke kosten ten laste van welk onderdeel vallen. Zowat elk ziekenhuis heeft een eigen financiële regeling: directe kostenverrekening, procentuele afhouding, kostenverrekening met vervolgens saldoverdeling, één soort kosten ten laste van het forfait en andere ten laste van de honoraria, enz. Toch worden dezelfde tarieven nationaal onderhandeld in de overeenkomstencommissies.

Net zoals in alle andere medisch-technische diensten moeten de forfaits en de honoraria in 1 budget worden samengevoegd. De nefroloog wordt geresponsabiliseerd via een directe kostenverrekening. De indirecte kosten moeten door het ziekenhuismanagement onder controle gehouden worden. Saldoverdeling is uit den boze. Alleen wanneer het ziekenhuis in financiële moeilijkheden is kan, na goedkeuring door de medische raad, een bijzondere bijdrage (art. 155 van de ZW)) gevraagd worden die pro rata het netto-inkomen voor iedere arts gelijk moet zijn.

Het systeem van de forfaitberekening is dringend aan herziening toe. Bij de berekening van de drempels moet meer gewicht gegeven worden aan de peritoneale dialyse en moet zeker ook rekening gehouden worden met het aantal transplantaties vanuit het centrum.

Helemaal uit den boze zijn de nog steeds bestaande historische verschillen in de forfaits tussen de verschillende ziekenhuizen. Voor een identieke procedure kan alleen maar  een identieke vergoeding geaccepteerd worden. 

Het moratorium heeft zijn tijd gehad. Grote ziekenhuizen die aan alle erkenningscriteria kunnen voldoen mogen niet meer buitenspel gezet worden door een 'tijdelijke' regeling die meer dan 30 jaar geleden werd ingevoerd. 

Voor vele patiënten met terminale nierinsufficiëntie is een niertransplantatie de uiteindelijk beste oplossing. Zowel qua mortaliteit, als kwaliteit van leven. Bovendien wordt na de initiële kost van de transplantatie een belangrijke besparing gerealiseerd t.o.v. chronische hemodialyse die rond de € 50 000 per jaar kost voor de dialyse alleen.  De laatste jaren zijn er minder verkeersslachtoffers en worden noodgedwongen oudere donoren met een slechtere kwaliteit van nieren aanvaard. 

Een groeiend alternatief met uitstekende resultaten is de levende donortransplantatie. Voor de oppuntstelling van de donor zijn een reeks preoperatieve raadplegingen, laboratorium- en technische verstrekkingen noodzakelijk, naast de ingreep zelf, en follow up nadien.

Hoewel de donatie voor de maatschappij een belangrijke besparing zou kunnen meebrengen worden er aan de donor bij deze oppuntstelling toch aanzienlijke remgelden aangerekend ( ± € 2 500). Voor sommigen blijkt dit toch een behoorlijke drempel.

Zowel medisch als economisch is dit behoorlijk paradoxaal. Het zou jammer zijn dat het remgeld in dit geval effectief zou afremmen.

Wij stellen dus voor om het remgeld voor deze oppuntstelling te compenseren. Om het risico op een volledig open budget te vermijden wordt voor deze oppuntstelling best een standaardbatterij aan verstrekkingen opgesteld en het totaal aan remgelden dat hieraan verbonden is forfaitair aan de donor terugbetaald bij effectieve transplantatie.

Zoals voor alle disciplines streven we naar een verhoging van het honorarium van de raadpleging, i.h.b. van de ziekenhuisraadpleging.

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.