Hoorzitting ziekenhuisnetwerken

ASGB-BERICHT 2018.095
Icoon ziekenhuis

 

Op 6 november is het ASGB uitgenodigd op een hoorzitting in het Parlement over het wetsontwerp (http://www.lachambre.be/FLWB/PDF/54/3275/54K3275001.pdf) over de ziekenhuisnetwerken.

Graag vernemen we van onze leden welke bijzondere aandachtspunten zij belangrijk vinden.

Het ASGB-bestuur

Reacties

De vorming van de ziekenhuisnetwerken gebeurt niet zoals het bedoeld is, nl bottom-up. Een groot probleem zijn de netwerken waarbij een universitair ziekenhuis  partner is. Hier kan niet meer gesproken worden van netwerking, doch eerder van overname of fusie, waarbij de universitaire ziekenhuizen een enorme overmacht hebben in de onderhandelingen, dit door hun vertegenwoordiging in tal van raden van bestuur, ( medische) directies, adviesorganen maar ook op federaal en Vlaams niveau binnen de verschillende werkgroepen spoed - moeder/kind,.. en daar een adviserende functie bekleden. De regelgeving wordt door hen aangestuurd en mee bepaald en dit op een manier die het de kleinere ziekenhuizen zeer moeilijk maakt om nog als evenwaardige partner in een netwerk beschouwd te kunnen worden. De artsen worden zoveel mogelijk buiten de netwerkvorming gehouden, daar men governance structuren wil maken waarbij de netwerken bestuurd zullen worden door managers en niet mee door artsen. De functie van de netwerk medische raad werd uitgehold.

Een betere benadering zou geweest zijn om te beginnen met de kleinere ziekenhuizen en deze op een meer efficiënte manier laten samenwerken, met evt overkoepelende associaties en gelijke financiële regeling, om in een tweede tijd de grote centra erbij te nemen en ten slotte de universitaire ziekenhuizen met hun specifieke opdracht. De grote centra en uz's hebben vandaag geen intentie om de 2e lijns pathologie meer af te stoten, mede owv financiële redenen daar waar zij zich in eertse instantie zouden moeten toeleggen op tertiaire en quaternaire pathologie. Supraregionale zorgopdrachten moeten ook in kleinere centra mogelijk blijven mits goede afspraken in de regio van door- en terugverwijzing. De kleine ziekenhuizen hebben al meermaals bewezen dat ze voor 2e lijnspathologie goedkoper en efficiënter kunnen werken.

Ik merk onder de artsen veel tegenstand tegen netwerken net owv de voorgaande argumenten, met angst voor verlies van autonomie, beslissingsrecht, kwaliteit en uitholling van het specialisme waarvoor ze gekozen hebben.

Hilde Quintens
2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.

2026.031

Antibiotica-indicatoren: eerste (collectief) ‘rapport’ beschikbaar

 

In november 2023 werden drie zgn. indicatoren inzake het voorschrijven van antibiotica ingevoerd, zie ook ons bericht van toen, https://asgb.be/node/28723. De bedoeling was en is uiteraard dat er minder zou voorgeschreven worden.

Een jaar later is de eerste impact van deze indicatoren geanalyseerd en ook gepubliceerd. En wat blijkt? Deze eerste resultaten zijn een stap in de goede richting, aldus het RIZIV. 

2026.030

Deconventietermijn eindigt op 12 maart a.s.

 

Het nieuwe akkoord 2026-2027 werd gepubliceerd op 10 februari 2026 waarna de zgn. deconventietermijn van 30 dagen is beginnen lopen.

Die termijn eindigt deze week donderdag op 12 maart 2026. Wie volledig wil deconventioneren of slechts partieel wil (de)conventioneren, moet dat dus ten laatste doen op die dag (en dit via ProGezondheid). Daarna is het onherroepelijk te laat.