De rol van de specialist in de vaccinatiecampagne

ASGB-BERICHT 2021.080
Corona

 

Voor de vaccinatie van enkele specifieke doelgroepen vervult de arts-specialist een coördinerende rol:

1. Personen onder adeno-geassocieerde virus (AAV) therapie.

2. Personen met een verhoogd risico op Covid-19 op basis van enkele zeldzame/complexe aandoeningen.

3. Personen met een mogelijk of gekend risico op allergische reactie en/of anafylaxie op COVID-19 vaccinatie.

Er zijn nog steeds specialisten, die aan patiënten attesten meegeven dat zij dienen te worden gevaccineerd met een mRNA-vaccin, waarbij zij zich kennelijk baseren op een inmiddels bijgesteld advies van de Hoge Gezondheids Raad. Dit zorgt dan voor grote problemen bij het vaccinatiecentrum.

Een selectie op basis van het type vaccin op basis van medisch wetenschappelijke redenen (diagnose), is noch aangewezen noch toegestaan, met uitzondering van de zeer beperkte patiëntengroep die behandeld wordt met adeno-geassocieerde virus (AAV) gentherapie en zwangere vrouwen.

Hierover werd al vorige week een ▶️ brief, met alle referenties, rondgestuurd.

Vanaf 4 mei 2021 is een webapplicatie beschikbaar, waarop referentie-artsen in het ziekenhuis patiënten kunnen opladen in de Vaccinatie Code Database. Dit is enkel bedoeld voor patiënten met een zeldzame aandoening, die daardoor een verhoogd cardiovasculair, respiratoir of neurologisch risico hebben. Als deze patiënten nog niet zijn toegevoegd door hun huisarts of mutualiteit, kunnen zij aan hun behandelende specialist in het ziekenhuis vragen om dit in orde te brengen. Die kan dan aan een collega referentie-arts, die door het ziekenhuis is aangeduid de patiënt opladen. Een ▶️ instructiebrief werd naar alle ziekenhuizen verstuurd.

Het gaat hier dus enkel om patiënten met een zeldzame aandoening. Alle andere risicogroepen kunnen alleen door de huisarts worden toegevoegd, of werden reeds door hun mutualiteit toegevoegd.

Voor zwangere patiënten hetzelfde principe: alleen een huisarts kan deze patiënten met prioriteit voor een mRNA-vaccin toevoegen aan de Vaccinatie Code Database.

De procedure risk assesment anafylaxie en de lijst met referentieziekenhuizen en artsen vindt u in ▶️ dit document.

.

2026.031

Antibiotica-indicatoren: eerste (collectief) ‘rapport’ beschikbaar

 

In november 2023 werden drie zgn. indicatoren inzake het voorschrijven van antibiotica ingevoerd, zie ook ons bericht van toen, https://asgb.be/node/28723. De bedoeling was en is uiteraard dat er minder zou voorgeschreven worden.

Een jaar later is de eerste impact van deze indicatoren geanalyseerd en ook gepubliceerd. En wat blijkt? Deze eerste resultaten zijn een stap in de goede richting, aldus het RIZIV. 

2026.030

Deconventietermijn eindigt op 12 maart a.s.

 

Het nieuwe akkoord 2026-2027 werd gepubliceerd op 10 februari 2026 waarna de zgn. deconventietermijn van 30 dagen is beginnen lopen.

Die termijn eindigt deze week donderdag op 12 maart 2026. Wie volledig wil deconventioneren of slechts partieel wil (de)conventioneren, moet dat dus ten laatste doen op die dag (en dit via ProGezondheid). Daarna is het onherroepelijk te laat.

2026.029

Enquête door Recip-e over problemen met e-health

 

Recip-e doet een bevraging naar de problemen en tekortkomingen die artsen ondervinden bij het gebruik van e-health en eraan gerelateerde diensten.

De bedoeling is dat Recip-e deze zaken inventariseert en vervolgens op zoek gaat naar oplossingen.

U kunt de enquête invullen via deze link https://forms.gle/wc2nXRBybYkhFTk98

Gelieve dit desgevallend te doen vóór 23 maart a.s. zodat uw antwoorden nog tijdig verwerkt kunnen worden (voor een eerste analyse op 26 maart 2026).