Beperking op terugbetaling van ureumdosages

2023.018

 

Op 30 januari 2023 is een KB i.v.m. de terugbetaling van de ureumdosages verschenen. Het treedt in voege op 1 maart 2023.

Er werd vastgesteld dat deze dosage overmatig werd voorgeschreven zonder veel toegevoegde waarde. Door de terugbetaling te beperken tot patiënten met een eGFR van minder dan 30ml/min/1,73m² kan 4,5 miljoen bespaard worden die geherinvesteerd worden in nieuwe verstrekkingen.

Het is aan de voorschrijvers om de toepassingsregels correct in acht te nemen.

Er zijn ongetwijfeld wel enkele voorbeelden aan te halen waar een dosage ook in andere gevallen nuttig kan zijn (bv. berekenen van de anion gap) maar die beperkte extra kost voor de patiënt weegt niet op tegen het overgebruik.

Hierna vindt u de integrale tekst van het nieuwe KB en als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende beslissing van de TGR.

Publicatie : 2023-01-30

Numac : 2022043468

16 DECEMBER 2022. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 3, § 1, en artikel 24, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, met betrekking tot ureum

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1, vijfde lid, en § 2, eerste lid, 1°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997;

Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

Gelet op het voorstel van de Technische geneeskundige raad, gedaan tijdens zijn vergadering van 28 juli 2020;

Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 28 juli 2020;

Gelet op de beslissing van de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen van 7 december 2020;

Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 6 januari 2021;

Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 11 januari 2021;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 juli 2021;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 29 juli 2021;

Gelet op de adviesaanvraag binnen dertig dagen, die op 19 augustus 2021 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;

Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In artikel 3, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 mei 2021, wordt de omschrijving van de verstrekking 125075-125086 aangevuld met de woorden "(Diagnoseregel 162)".

Art. 2. In artikel 24, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 mei 2021, wordt in de rubriek "Diagnoseregels" de volgende diagnoseregel toegevoegd:

"162

De verstrekking 125075-125086 kan niet worden aangerekend aan de ZIV of aan de patiënt wanneer de geschatte glomerulaire filtratie snelheid (eGFR) hoger is dan 30ml/min/1,73m2.".

Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2023.

Art. 4. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 december 2022.

FILIP

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

F. VANDENBROUCKE

Reacties

Spijtige zaak. Ureum kan naast het gebruik voor de nierfunctie ook een voorspeller zijn voor vullingstoestand, encefalopathie en hoog gastro-intestinale bloedingen.

Xavier Van Meerbeeck

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.

2026.087

Nieuwe verstrekking voor expertise op afstand in de dermatologie en venerologie

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd met nomenclatuur voor een nieuwe verstrekking voor expertise op afstand door een arts-specialist in de dermatologie en venerologie op vraag van de huisarts.

Het principe was al opgenomen in het akkoord 2022-2023 maar de uitwerking hiervan heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Het KB gaat in voege op 1 september 2026. 

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst ervan.

2026.086

Besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie vanaf 1 augustus 2026

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie invoert vanaf 1 augustus 2026. Het gaat om een vermindering van de tarieven met 10%.

Deze maatregel werd niet besproken in de NCAZ of TGR maar werd ‘rechtstreeks’ beslist door het College van directeurs binnen het RIZIV.

De revalidatieverstrekkingen voor cardiale revalidatie die vóór 1 augustus 2026 verricht werden, kunnen evenwel nog aangerekend worden aan de tarieven die van toepassing zijn vóór 1 augustus 2026.