Resultaten van de ASGB-enquête over teleconsulten

2025.027

 

Onze enquête (https://asgb.be/node/28988) werd enthousiast beantwoord door 179 artsen. Dat is terecht, het is ook de enige enquête die peilt naar de beide knelpunten in dit dossier: het budget én de handhaving. 

Vooreerst de vraag binnen welke discipline u wenst te besparen. Opmerkelijk: een kleine meerderheid (46.4%+7.3%) is toch bereid om binnen de eigen discipline te gaan zoeken. Weliswaar vindt van een meerderheid van die groep dan dat die besparing naar zichzelf moet terugkeren, maar toch ook een 7% die gerust wil bijspringen ten voordele van andere disciplines.

Waarin bent u dan bereid te besparen als het dan toch binnen de artsen moet?, was een volgende vraag. Globaal lijkt u vooral geneigd om bepaalde prestaties en disciplines die u als overgefinancierd inschat te gaan napluizen en corrigeren; voor 61% gaat dat vooral richting de disciplines die u zo inschat als overgefinancierd, 38% geeft aan dat dit eerst geïnventariseerd zou dienen te worden. Als ASGB staan we al lang voor transprantie en inventarisatie op dat vlak, het is echter niet altijd evident om cijfers te pakken te krijgen en ze te vergelijken. Daarnaast lijkt u  toch ook wel geneigd (42,5%) om andere prestaties die moeilijk inhoudelijk te controleren zijn in de aandacht te zetten.

U bezorgde ons ook een bloemlezing aan andere opties om voor financiering te zorgen. De mutualiteiten vrijwel aan kop (59,4%), maar opvallend met nog een percentje voorafgegaan door de patiënt (60.6%). In de ganse enquête ook een markante tendens om een vorm van “eigen bijdrage” in te bouwen voor de patiënt voor specifiek de teleconsultaties. Het remgeld innen voor een teleconsultatie doet bijna niemand, het is ook te omslachtig, maar u bent van mening dat er toch enige responsabilisering dient te zijn voor de patiënt. Velen van u geven aan dat de teleconsultatie vaak op vraag van de patiënt is om comfortredenen of omdat hij/zij aan het werk is. 

Opmerkelijk toch ook de vele suggesties naar de ‘betaaltelefoon’ of ‘minutenregistratie-telefonie’ als mogelijke oplossing. U stelt dit principe voor in allerlei soorten en maten, al dan niet gekoppeld aan het dossier (die tabellen bezorg ik u een andere keer bij onze terugkoppeling over de mogelijke controlemechanismen).

Onafhankelijk van elkaar regent het klachten over patiënten die misprijzend lachen met 4 of 1 euro remgeld. Niets weerhield ons dan ook om de vraag te stellen, hoe u de evolutie van het remgeld graag ziet. Maar liefst 85.5% van u wil het remgeld indexeren, en daarvan de helft wil het zelf indexeren met de gemiste index van de voorbije jaren.

Slotsom. Als ASGB willen we hetgeen we van u gekregen hebben in een concreet voorstel gieten, en wel eentje dat ook de mogelijkheid biedt om het dossier ook echt op te lossen. Dat vraagt overleg en voorbereiding. Maar intussen mag u er alvast ons rekenen dat u volgende week ook uw eigen mening krijgt voorgeschoteld over handhaving van teleconsultaties. U kan alvast nog steeds invullen, de enquête staat nog open.

In de file als bijlage bij dit bericht kunt u resultaten ook in meer grafische vorm terugvinden.

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.056

Update van de holternomenclatuur

 

Op 28 mei 2026 zijn twee KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd om de holternomenclatuur te herwerken, gezien die niet meer aansloot bij de medische realiteit.

Er worden daarbij nomenclatuurnummers (en interpretatiegels) geschrapt of opgesplitst en nieuwe ingevoerd.

De nieuwe nomenclatuur zal de keuze aan de cardioloog laten welk type elektrocardiografische registratie het meest aangewezen is voor de patiënt in functie van de klinische situatie.

2026.055

Stagemeester van ASO? KB over vergoeding voor 2025 gepubliceerd

 

Op 27 mei 2026 werd het KB over de vergoeding voor referentiejaar 2025 ten voordele van de stagemeesters van artsen specialisten in opleiding gepubliceerd.

Met dit KB wordt het bedrag voor 2025 geofficialiseerd op € 709,72 per (volledige) kalendermaand.

De procedure om deze vergoeding te bekomen verloopt in principe automatisch (via ProGezondheid), u hoeft dus geen uitdrukkelijke aanvraag te doen.

2026.054

Indexmassa van alle medische honoraria voortaan gelijk behandeld

 

Op 27 mei 2026 werd een KB gepubliceerd dat de Medicomut of NCAZ bevoegd maakt voor de toekenning van de index van alle medische honoraria.

Het is al langer de taak van de NCAZ (nationale commissie artsen - ziekenfondsen) om via het akkoordensysteem te beslissen over de aanwending van de indexmassa voor de nomenclatuurverstrekkingen, lineair of selectief.