pleiding specialisten onder de loep

ASGB-BERICHT

Opleiding specialisten onder de loep

Inleiding

Recent kwam de specialistenopleiding onder vuur. De opleidingen aan de grote universiteiten in dit land zouden immers niet voldoen aan de huidige criteria.

Op dit moment wordt er nog te veel uitgegaan van het meester-leerling model. Voor de ene is dit een perfect model, anderen zien dan weer liever een model met “zelfstudie”, “portfolio”, “leerdoelen”, “manama”enz...

Wat nu het beste model is, is geen discussie die we hier gaan voeren. Onderhuids leeft immers een ander groter probleem; door de specialisten in opleiding meer tijd te laten investeren in hun eigen opleiding, wetenschappelijk werk en leerdoelen is er natuurlijk minder tijd om het ziekenhuis van heel wat werk te ontlasten. En daar zijn blijkbaar een heel deel ziekenhuizen nog niet klaar voor. Specialisten in opleiding zijn namelijk goedkope, gemotiveerde en kwaliteitsvolle artsen.

Veel heeft ook te maken met het wettelijk kader dat er is gekomen om de werktijden van assistenten te beperken. Een deel van de ziekenhuizen kan zich hier goed aan houden, maar in vele ziekenhuizen zijn overtredingen nog zeer talrijk. Wat als ziekenhuizen hun werkkrachten nu ook nog eens een periode kwijt zijn omdat ze een seminarie dienen te gaan volgen? Welke compensatie zou hier tegenover moeten staan voor het ziekenhuis?

Geen betutteling, wel begeleiding

Voor vele studenten die aan hun specialisatie beginnen, heerst een gevoel van vrijheid. Gedaan met de betutteling, gedaan met het handje vasthouden en tijd om de opgedane kennis in de praktijk te brengen. Vervolgens komt men snel in situaties terecht waar de opleiding tekort schiet. Theorie is mooi maar de praktijk kan toch net iets anders uitvallen. Op zo’n moment is het goed om een mentor bij de hand te hebben die je doorheen deze zware tijd kan loodsen. Een voorwaarde is dat deze mentor dan ook zijn taak daadwerkelijk op zich neemt en zijn assistent niet beziet als een goedkope uitweg om minder wachten te moeten doen.

Gelukkig zijn de verhalen van assistenten die werden uitgekafferd aan de telefoon omdat ze ‘s nachts advies hebben gevraagd niet meer zo talrijk, maar iedere arts heeft ze wel meegemaakt.

Daar tegenover staat dat anderen hun assistenten schitterend begeleiden, zowel overdag als ‘s nachts. Het zijn deze artsen die er voor zorgen dat we kwaliteitsvolle artsen afleveren en dat onze opleiding hoog aangeschreven staat.

Maar zijn deze “leermeesters” die zich dagelijks inzetten voor hun “leerlingen” voldoende?

Moeten we hen in deze moderne maatschappij niet blootstellen aan verschillende “leeromgevingen”? In elk ziekenhuis wordt er immers anders gewerkt. Moeten ze een deel van hun opleiding in het buitenland doen om ook daar van een andere ziekenhuiscultuur te proeven? Deze vraag ga ik hier niet beantwoorden omdat daar reeds voldoende literatuur over bestaat. Zolang ze op elke locatie maar een goede begeleiding krijgen.

Werklast

Een kritiek punt in heel deze discussie is de werklast. Het is geen geheim dat tijdens de opleiding erg veel wordt gevergd van de assistenten. Dit was vroeger zo en dit is nog altijd zo.

Men zou verwachten dat de wet op de werklast van assistenten hier verandering in zou hebben gebracht, maar hier is in sommige ziekenhuizen in de praktijk niets van te merken. Verhalen van werkdagen van 36 uur zijn nog steeds gangbaar. Over de veiligheid hiervan kan men zich vragen stellen. Zou u uw kinderen meegeven aan een buschauffeur die reeds 24 uur aan een stuk heeft gereden? Echter... je kind toevertrouwen aan een kinderarts in opleiding die al 30 uur aan het werken is, zou wel moeten kunnen?

En wat als het misgaat? Meestal is de arts in opleiding dan de pineut. Het ziekenhuis dekt zich in en de aansprakelijkheidsverzekering trekt zich ook terug want deze arts was onwettig aan het werken. Alleen … de ASO staat niet in een positie om tegen de eis dat hij langer moet werken in te gaan. Daar schiet het “meester-leerling” principe danig tekort.

Een noodzakelijke kanttekening is toch wel dat dergelijke praktijken voor de afgestudeerde artsen ook niet zouden mogen kunnen. Ook zij worden vaak door het ziekenhuis gedwongen veelvuldig van wacht te zijn en geacht de volgende dag voldoende fit te zijn om verder te werken. Orthopedisten die één dag op drie van wacht zijn, zijn geen zeldzaamheid. Een huisarts van wacht die de pech heeft gehad om heel de nacht in touw te zijn, die werkt de volgende dag ook verder. Dit systeem zou  moeten worden bijgeschaafd. Een arts van wacht zou voldoende moeten worden gecompenseerd om de volgende dag te kunnen recupereren. Momenteel bestaat er dus al een bescherming voor ASO’s, maar nog niet voor artsen.

Conclusie

Welk model men ook kiest om ASO’s op te leiden, men dient vooral aandacht te schenken aan een goede begeleiding met een correcte werklast. Artsen die zich volop inzetten om kwaliteitsvolle artsen te creëeren mogen hiervoor ook zeker worden gecompenseerd.

Anderzijds mag men de ogen ook niet sluiten voor de realiteit op de werkvloer waar alle artsen mee worden geconfronteerd. Lange werkdagen, een toenemend aantal wachten en de toegenomen druk van de patiënten maken het er niet gemakkelijker op.

Dit zijn thema’s waar het ASGB zich voor wenst in te zetten.

2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.