Disponibiliteitshonoraria specialisten*
v:* {behavior:url(#default#VML);}
o:* {behavior:url(#default#VML);}
w:* {behavior:url(#default#VML);}
.shape {behavior:url(#default#VML);}
1024x768
Normal
0
21
false
false
false
NL
X-NONE
X-NONE
MicrosoftInternetExplorer4
/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-qformat:yes;
mso-style-parent:"";
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:11.0pt;
font-family:"Calibri","sans-serif";
mso-ascii-font-family:Calibri;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-fareast-font-family:"Times New Roman";
mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
mso-hansi-font-family:Calibri;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;
mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}
Geachte Collega,
Zoals u weet werden in de akkoorden 2006-2007 en 2008 de beschikbaarheidshonoraria voor specialisten ingevoerd.
Op ons verzoek werd daar in het akkoord 2009-2010 nog de splitsing neurologie en psychiatrie aan toegevoegd (2,025miljoen euro).
De VBS-beroepsverenigingen klinische biologie, urologie, stomatologie en neurochirurgie hebben hiertegen bij de Raad van State verzet aangetekend en verkregen.
De RvS argumenteerde op 26.12.2009 dat het erkenningsbesluit op de gespecialiseerde functie spoedgevallen in zijn art. 4 ook verwijst naar een laboratorium klinische biologie waarvoor een oproepbare wacht zou vereist zijn.
De RvS vergeet daarbij dat er in de forfaitaire honoraria klinische biologie al een vergoeding voor de permanentie begrepen is, die overigens in het akkoord 2006-2007 (punt 3) nog met 9 miljoen werd opgewaardeerd. Permanentie die in de praktijk aan laboranten wordt uitbesteed.
Het volledige artikel 3 van het KB van 29.4.2008, waarin de 10 specialismen worden opgesomd, werd geannuleerd. Volgens de lezing van juristen van het Riziv is hiermee de wettelijke basis voor de uitbetaling verdwenen en zouden er dus geen beschikbaarheidshonoraria meer kunnen worden uitbetaald. Wat meer is, het artikel wordt nu geacht nooit bestaan te hebben, we vragen ons dus af of er zelfs geen terugvordering kan volgen. De reden dat er momenteel geen betalingen meer zouden kunnen uitgevoerd worden is te vinden in de artikels 4 en 6 van het besluit op de disponibiliteitshonoraria. Die regelen de betalingsmodaliteiten en in elk van die artikels wordt er uitdrukkelijk naar de inhoud van (het opgeheven) artikel 3 verwezen.
Veel reden om te juichen zien wij dus voorlopig niet. Overigens is het nonsens om voor dit probleem de minister terecht te wijzen. Deze beslissingen werden genomen in de NCGZ, en daar alleen, en ze zijn opgenomen in ondertekende en aanvaarde akkoorden. Het is o.i. nogal kleintjes om met de BVAS-pet dit akkoord te ondertekenen om het dan met de VBS-pet juridisch aan te vallen.
Voor de uitbreiding tot alle (+/-30) disciplines (2 miljoen per discipline) werd geen budget voorzien en het budget voor 2010 ligt al maanden vast. Tenzij men op andere verstrekkingen (drastisch) zou willen besparen is een veralgemening dus voorlopig ook budgettair onmogelijk.
Wij menen overigens dat dergelijk budget op een verstandiger manier zou kunnen besteed worden.
In de werkgroep urgentiegeneeskunde van de TGR werken we intussen verder aan een structurele maatregel die de lineaire besparing die op 1/1/09 werd ingevoerd, moet vervangen. Opties waarover een consensus groeit is om met het budget van de disponibiliteitshonoraria de afgeschafte urgentietoeslagen terug in te voeren -en zelfs fors op te waarderen (C4 naar C10)- welke dan wel elke discipline ten goede komen, en om een financiering van de 'ziekenhuiswacht' te voorzien. We houden u op de hoogte van het vervolg.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
29 APRIL 2008. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de geneesheren die deelnemen aan de in een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 36quinquies, ingevoegd bij de wet van 22 augustus 2002;
Gelet op de beslissingen van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gedaan op 5 maart 2007 en 20 december 2007;
Gelet op de beslissingen van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 19 maart 2007 en 21 december 2007;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 28 maart 2007;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 mei 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 7 juni 2007;
Gelet op advies 43.294/1 van de Raad van State, gegeven op 3 juli 2007 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Dit besluit bepaalt de voorwaarden en de nadere regels waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de geneesheren die deelnemen aan in een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt de daadwerkelijke extra muros beschikbaarheid in aanmerking genomen gedurende de georganiseerde wachtdiensten op weekends en wettelijke feestdagen in een ziekenhuis dat beschikt over een erkende functie voor gespecialiseerde spoedgevallenzorg en/of een erkende functie voor intensieve zorg.
Een weekend duurt van vrijdagavond 20 uur tot de daaropvolgende maandagmorgen 8 uur.
Een wettelijke feestdag die niet samenvalt met een weekend duurt van de vooravond van deze feestdag 20 uur tot de daaropvolgende dag 8 uur.
Evenwel, een wettelijke feestdag die valt op een vrijdag duurt van de donderdagavond 20 uur tot de vrijdagavond 20 uur en een wettelijke feestdag die valt op een maandag duurt van de maandagmorgen 8 uur tot de dinsdagmorgen 8 uur.
Art. 3. De in artikel 2 bedoelde daadwerkelijke beschikbaarheid wordt voor de tien basisspecialismen of groepen van basisspecialismen verzekerd door houders van de volgende beroepstitels :
1° geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde of cardiologie of pneumologie of gastroenterologie of in de geriatrie;
2° geneesheer specialist in de heelkunde;
3° geneesheer specialist in de anesthesie-reanimatie;
4° geneesheer specialist in de gynaecologie-verloskunde, indien het ziekenhuis beschikt over een erkende M-dienst;
5° geneesheer specialist in de pediatrie, indien het ziekenhuis beschikt over een erkende E-dienst;
6° geneesheer specialist in de röntgendiagnose;
7° geneesheer specialist in de orthopedische heelkunde;
8° geneesheer specialist in de otorhinolaryngologie;
9° geneesheer specialist in de oftalmologie;
10° geneesheer specialist in de psychiatrie of de neurologie of de neuropsychiatrie.
Art. 4. Na het einde van elk trimester en ten laatste op de laatste dag van het volgende trimester maakt de hoofdgeneesheer van het ziekenhuis de volgende gegevens over aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, voor maximum één specialist, voor elk van de in artikel 3 bedoelde basisspecialismen of groepen van basisspecialismen :
1° het R1ZIV-identificatienummer, de naam, de voornaam van de houder van de titel;
2° de data waarop de betrokken geneesheer-specialist door middel van zijn extramurale beschikbaarheid daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de georganiseerde wachtdiensten;
3° het post- of bankrekeningnummer van het ziekenhuis of van de Medische raad.
De informatie wordt aan voornoemde dienst overgemaakt via de website van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (www.riziv.fgov.be).
Art. 5. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering betaalt de in artikel 6 vermelde forfaitaire beschikbaarheidshonoraria aan het ziekenhuis of aan de Medische raad overeenkomstig de gegevens meegedeeld met toepassing van artikel 4.
De hoofdgeneesheer van het ziekenhuis verdeelt de forfaitaire beschikbaarheidshonoraria, in samenspraak met de Medische raad van het ziekenhuis.
Art. 6. Het forfaitaire beschikbaarheidshonorarium bedraagt, vanaf 1 januari 2008, 312,50 euro per weekend, 187,50 euro per wettelijke feestdag die niet samenvalt met een weekend en 125,00 euro per wettelijke feestdag die valt op een vrijdag of op een maandag.
Deze forfaitaire honoraria zijn verschuldigd :
1° per basisspecialisme en ongeacht het aantal geneesheren-specialisten dat heeft deelgenomen aan de beschikbaarheidsregeling voor maximaal de tien in artikel 3 vermelde basisspecialismen of groepen van basisspecialismen;
2° en op voorwaarde dat er onder het toezicht van de hoofdgeneesheer voor de betrokken beroepstitel daadwerkelijke beschikbaarheid werd verzekerd en de betrokken geneesheer specialist bij dringende oproep zich ook daadwerkelijk naar het ziekenhuis heeft begeven.
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, wordt de waarde van deze honoraria vanaf 1 januari van elk jaar aangepast aan de evolutie van de waarde van het in artikel 1 van dat koninklijk besluit bedoeld gezondheidsindexcijfer tussen 30 juni van het tweede jaar ervoor en 30 juni van het jaar ervoor.
Art. 7. De informatie bedoeld in artikel 4 kan door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering op eenvoudig verzoek bezorgd worden aan de verzekeringsinstellingen en aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Art. 9. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 29 april 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN, VOLKSGEZONDHEID EN LEEFMILIEU
27 APRIL 1998. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 augustus 1991;
Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg »;
Gelet op de adviezen van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling Programmatie en Erkenning, uitgebracht op 9 juni 1994 en 10 oktober 1996;
Gelet op de adviezen van de Raad van State gegeven op 13 juni 1995 en 25 november 1997;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 84, eerste lid, 2°, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid die als volgt wordt gemotiveerd : overwegende dat de kwaliteitsnormen voor de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg », in het belang van de volksgezondheid en als basis voor de in te stellen erkenningsnormen voor de functie « mobiele urgentiegroep », dringend in werking dienen te treden en dat ook voor dit jaar de nodige kredieten in de begroting zijn voorzien; overwegende dat de Raad van State reeds een advies heeft uitgebracht op 25 november 1997; overwegende dat er, na het advies van de Raad van State, nog één enkele wijziging werd aangebracht, met name de bepalingen inzake de inwerkingtreding in artikel 15 die, omwille van hoger vermelde motivering, werd vervroegd tot de eerste dag van de zesde maand volgend op deze gedurende welke het besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt (met uitzondering van de architectonische normen bedoeld in de artikelen 1, 2 en 3, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 6°, 7° en 8°, en tweede lid) in plaats van de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op de bekendmaking;
Gelet op het advies van de Raad van State, uitgebracht op 19 maart 1998, binnen een termijn van drie dagen;
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en van Onze Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Architectonische normen en uitrusting
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. De functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » bestaat uit een administratief en een technisch gedeelte die, zowel architectonisch als functioneel een geheel vormen.
Ze beschikt over een eigen,duidelijk aangegeven ingang,bestaande uit een toegang voor voetgangers en uit een overdekte en verwarmde zone voor ziekenwagens die kan afgesloten worden.
Zij moet toegankelijk zijn voor mindervaliden.
Afdeling 2. - Het administratief gedeelte
Art. 2. Het administratief gedeelte bestaat uit:
1° een inkomhal;
2° een ruimte voor de administratieve formaliteiten;
3° een wachtzaal;
4° sanitaire installaties voor het personeel;
5° afzonderlijke sanitaire installaties voor bezoekers die toegankelijk moeten zijn voor mindervaliden;
6° een spreekkamer voor de opvang van de patiënten en hun familie;
7° een werkruimte voor de geneesheren en verpleegkundigen van de functie;
8° lokalen voor het opslaan van linnen, voorraad, kledij en waardevolle voorwerpen;
9° een ontspanningslokaal voor het personeel van de functie;
10° een rustkamer voor de arts die de permanentie in de functie waarneemt.
De in 4°, 5°, 8° en 9° bedoelde accommodaties mogen worden gedeeld met een andere dienst, functie of afdeling, mits deze architectonisch grenst aan de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg ». De in 10° bedoelde rustkamer mag buiten de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » gelokaliseerd zijn.
Afdeling 3. - Het technisch gedeelte
Art. 3. § 1. Het technische gedeelte bestaat minstens uit:
1° onderzoekslokalen die ontworpen zijn om de intimiteit van de patiënt te vrijwaren en die uitgerust zijn voor het toedienen van geneeskundige zorg;
2° een of meer lokalen die uitgerust zijn voor de vrijwaring, de stabilisering en het herstel van de vitale functies van minstens twee patiënten in kritieke toestand;
3° een zaal uitgerust voor kleine chirurgie onder loco-regionale anesthesie;
4° een lokaal met minstens 4 bedden voor de observatie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, 4°, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg », waarvan ten minste één bed is voorzien van de nodige uitrusting voor de bewaking van een patiënt in kritieke toestand. De uitrusting is te onderscheiden van de uitrusting bedoeld in 2°;
5° een ruimte die als sorteerruimte kan dienen in geval van massale toestroom van slachtoffers; dit kan de ruimte zijn bedoeld in artikel 2, 1°, 3° of 6° alsook de in artikel 1, tweede lid, bedoelde zone voor ziekenwagens;
6° een lokaal waar patiënten met een acute psychiatrische pathologie tegen auto-mutilatie kunnen beschermd worden en van de andere patiënten kunnen worden afgezonderd;
7° een zaal voor het aanleggen van gipsverbanden;
8° een lokaal waar hygiënische zorg kan worden toegediend aan bedlegerige of ambulante patiënten.
De in punt 1° tot 5° bedoelde plaatsen moeten zo zijn ontworpen dat er een mobiel radiografietoestel kan worden gebruikt.
§ 2. De in § 1, 2° en 4°, bedoelde uitrusting waarvan het gebruik strikt beperkt is tot de functie zelf, bestaat minstens uit:
1° apparatuur voor kunstmatige beademing;
2° defibrillator met beeldscherm voor de monitoring van het hartritme;
3° apparatuur voor gastro-intestinale aspiratie;
4° apparatuur voor endotracheale aspiratie;
5° apparatuur voor monitoring van de perifere O2 concentratie van een patiënt;
6° apparatuur voor de monitoring van het uitgeademde CO2-gehalte van een patiënt.
§ 3. De functie moet eveneens over de volgende apparaten beschikken:
1° een E.K.G.-toestel met twaalf afleidingen;
2° het nodige materiaal voor de cardiorespiratoire reanimatie van de volwassene en van het kind;
3° verschillende draagbare zuurstofbronnen voor de beademing van patiënten die binnen het ziekenhuis worden vervoerd;
4° een voldoende aantal mobiele brancards.
§ 4. Met het oog op het in dienst houden van de hierbovenvermelde apparaten in geval van het uitvallen van de normaal gebruikte stroombron(nen) dient de functie aangesloten te zijn op de autonome noodstroombron van het ziekenhuis.
HOOFDSTUK II. - Functionele normen
Art. 4. § 1. De functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet, binnen het algemeen ziekenhuis waarvan het deel uitmaakt,op ieder ogenblik een beroep kunnen doen :
1° op minstens 3 bedden voor intensieve verzorging, aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » en aan de behoeften van de behandelde patiënten, of op een erkende functie voor intensieve zorg;
2° op een polyvalent operatiekwartier uitgerust en georganiseerd voor dringende chirurgische interventies;
3° op een laboratorium van klinische biologie uitgerust en georganiseerd om ter plaatse en op elk ogenblik de noodzakelijke analyses uit te voeren;
4° op een dienst voor medische beeldvorming beschikkend over de nodige apparatuur voor diagnostische, radiologische en echografische onderzoeken met inbegrip van een mobiel radiologisch apparaat en een transversale axiale tomograaf georganiseerd om ter plaatste en op elk moment de nodige diagnostische onderzoeken uit te voeren;
5° op een dienst voor archivering van medische dossiers die 24 uur op 24 toegankelijk is.
§ 2. In de functie zelf moet een voorraad rode bloedcellenconcentraat, inbegrepen een voorraad O-Rh-negatief rode bloedcellenconcentraat, en plasmavervangmiddelen voorhanden zijn tenzij het ziekenhuis beschikt over een bloedbank die op ieder ogenblik voor de toelevering van deze produkten kan instaan.
In de functie zelf dient er eveneens een voorraad geneesmiddelen, noodzakelijk om het hoofd te bieden aan urgenties, voorhanden te zijn.
Art. 5. De functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet beschikken over :
1° een telefonische buitenlijn die onafhankelijk van de centrale van het ziekenhuis functioneert en die uitsluitend bestemd is om onmiddellijk oproepen te kunnen ontvangen van het eenvormig oproepstelsel;
2° over de in het eenvormig oproepstelsel gebruikte telecommunicatiemiddelen die worden vastgesteld door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
Er dient een telefaxtoestel aanwezig te zijn evenals een radiostation met minstens vier frequenties. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft bepaalt tot welke frequenties de "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" toegang moeten hebben.
Art. 6. De functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet binnen het ziekenhuis waar het deel van uitmaakt beroep kunnen doen op een aangepaste infrastructuur voor de permanente vorming in de urgentiezorg van zijn medisch, verpleegkundig en paramedisch personeel.
Art. 7. De functie moet deelnemen aan een specifieke registratie van de activiteiten in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" volgens de modaliteiten voorgeschreven door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
HOOFDSTUK III. - Organisatorische normen
Afdeling 1. - Medische staf
Art. 8. Een erkend geneesheer specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde en voltijds aan het ziekenhuis verbonden, is geneesheer-diensthoofd van de functie. Hij besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel van zijn functie.
Art. 9. § 1. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden, geneesheer met één van de volgende kwalificaties:
1° een geneesheer-specialist houder van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde;
2° een geneesheer-specialist in opleiding om de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde te behalen;
3° een geneesheer die de opleiding, bedoeld in artikel 5, § 2, 2°, b), van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde gevolgd heeft.
§ 2. Het aantal geneesheren dat deelneemt aan de medische permanentie moet worden aangepast aan de intensiteit van de activiteit van de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg ».
Voor die aangepaste permanentie komen in aanmerking de in § 1 bedoelde geneesheren-artsen alsook de geneesheren-specialisten en de kandidaat-geneesheer-specialisten met minstens twee jaar opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het rninisterieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde.
§ 3. De in § 1 en § 2 bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie uitsluitend in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg".
§ 4. De medische permanentie in de gespecialiseerde functie voor spoedgevallen moet 24 uur op 24 waargenomen worden.
§ 5. De artsen die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar dienst hebben.
Art. 10. § 1. De geneesheer die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :
1° een geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde,
2° een geneesheer-specialist in de heelkunde;
3° een geneesheer-specialist in de anesthesiologie en reanimatie,
4° een geneesheer-specialist in de röntgendiagnose;
5° een geneesheer-specialist in de pediatrie,
6° een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde,
7° een geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde;
8° een geneesheer-specialist in de otorhinolaryngologie;
9° een geneesheer-specialist in de oftalmologie;
10° een geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie;
11° een geneesheer-specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie.
§ 2. De in § 1 bedoelde geneesheren moeten binnen de kortst mogelijke tijd na de oproep ter plaatse kunnen zijn.
Afdeling 2. - Het verpleegkundig personeel
Art. 11. § 1. De hoofdverpleegkundige is drager van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg tenzij hij/zij gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster is en kan bewijzen minstens 5 jaar ervaring te hebben in deze functie op datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
Bedoelde ervaring dient opgedaan te zijn hetzij in een erkende dienst voor intensieve verzorging, hetzij in een dienst voor intensieve behandeling die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, hetzij in een spoedgevallendienst die beantwoordt aan de omschrijving in de bijlage 1 bij voormeld besluit van 28 november 1986.
§ 2. De functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » beschikt over een eigen specifiek verpleegkundig team waarbij een permanentie van 24 uur op 24 uur wordt verzekerd door ten minste 2 verpleegkundigen, waaronder minstens 1 drager is van de bijzondere beroepstitel van gegradueerde verpleger of gegradueerde verpleegster in intensieve zorg en spoedgevallenzorg tenzij hij/zij kan bewijzen dat hij/zij, op het ogenblik van de bekendmaking van onderhavig besluit, minstens 5 jaar ervaring heeft opgedaan in één van de diensten bedoeld in § 1, tweede lid.
Het verpleegkundig team moet aangepast worden naar gelang van de activiteiten van de dienst; hierbij gelden dezelfde bekwaamheidsvereisten als bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 3. - Permanente vorming
Art. 12. Het medisch en verpleegkundig personeel van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" staat voor het ganse ziekenhuis in voor de permanente vorming in de basisbeginselen van de reanimatie.
HOOFDSTUK V. - Overgangsmaatregelen
Art. 13. Gedurende een periode van twee jaar vanaf de inwerkingtreding van dit besluit kan de in artikel 9, § 1, van dit besluit bedoelde medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist bedoeld in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 12 november 1993 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de urgentiegeneeskunde, die zijn erkenning als geneesheer-specialist heeft verkregen uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft kan deze overgangstermijn verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijn nog niet voldoende artsen voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 9, § 1, van dit besluit.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
Art. 14. De bijlage 1 van het koninklijk besluit van 28 november 1986 houdende vaststelling van de normen waaraan een dienst voor medische beeldvorming waarin een transversale axiale tomograaf wordt opgesteld, moet voldoen om te worden erkend als medisch-technische dienst zoals bedoeld in artikel 6bis, § 2, 6°bis, van de wet op de ziekenhuizen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 augustus 1991, wordt opgeheven.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de zesde maand volgend op deze gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 1, 2 en 3, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 6°, 7°, en 8°, en tweede lid, die in werking treden de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op deze gedurende welke dit besluit in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 16. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 april 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN