Erkenning laboratoria klinische biologie*
Geachte Collega,
In het BS verschenen recent een wet en een KB die belangrijke gevolgen teweegbrengen voor de ziekenhuislabo’s.
Enerzijds is er Hoofdstuk 2, artikel 2 van de wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid van 10 december 2009 (BS 31 december 2009, cfr. infra) waardoor apothekers-klinisch biologen wel degelijk (terug) diensthoofd kunnen zijn van een ziekenhuislabo.
Het is altijd de bedoeling geweest van de wetgever dat tandartsen, apothekers en licentiaten in de scheikunde die analyses van klinische biologie mogen doen, die in een ziekenhuis werken, hetzelfde statuut genieten als een ziekenhuisgeneesheer, zo wordt gesteld in de memorie van toelichting. Hierdoor hebben ze meteen ook dezelfde mogelijkheden als de ziekenhuisgeneesheren om deel te nemen aan de organisatie van het ziekenhuis.
De Raad van State zag dit in een arrest van 2007, na een klacht van de Belgische beroepsvereniging van geneesheren-specialisten in de medische biopathologie anders. Hun verzoekschrift was er op gericht om de vernietiging te vorderen van het MB van 30/4/1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten (BS 29/5/1999) en meer in het bijzonder de bepalingen van art. 6.4:
"art 6. Voor de erkenning als stagedienst zoals bepaald in het hoger vermeld koninklijk besluit van 21 april 1983, moet aan volgende algemene criteria zijn voldaan zijn:
(...)
4. behoudens afwijkingen vastgesteld in de bijzondere criteria, moet in alle medische diensten van het ziekenhuis de functie van geneesheer-diensthoofd waargenomen worden door een erkend geneesheer-specialist, behalve in het laboratorium voor klinische-biologie (...)".
Vandaag is in zowat 40% der ziekenhuislaboratoria een apotheker-bioloog diensthoofd. Het hoeft dus geen betoog dat de toepassing van dit arrest heel wat praktische problemen zou teweeggebracht hebben en dat zelfs de erkenning van sommige ziekenhuizen in het gedrang kon komen.
Het ASGB heeft zich evenals de Belgische Vereniging van Apothekers Specialisten in de Klinische Biologie ingezet om de wet te laten wijzigen.
Om alle onduidelijkheid weg te nemen heeft de wetgever nu beslist om de regels te herformuleren. Zo wordt in het nieuwe artikel 9 van de ziekenhuiswet het principe van de gelijkstelling voor wat betreft de artikels 18 tot en met 22 (structurering medische activiteit) en Titel IV (statuut ziekenhuisgeneesheer) verankerd. Tevens wordt expliciet bepaald dat apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die gemachtigd zijn om analyses van klinische biologie te verrichten, enkel diensthoofd van een labo mogen worden en niet van een andere ziekenhuisdienst.
Inwerkingtreding : 10 januari 2010
Tevens is er het KB van 10 december 2009 (houdende wijziging van het KB van 3 december 1999) betreffende de erkenning van de laboratoria voor klinische biologie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort dat een toevoeging inhoudt aan de regel die stelt dat elk labo over een voldoende aantal specialisten in de klinische biologie moet beschikken. Het nieuwe KB bepaalt dat elk labo minstens over 0,8 fulltime equivalent geneesheer specialist moet beschikken, die door maximum 2 geneesheren mag worden ingevuld. Deze nieuwe regel treedt in werking op 13 januari 2011.
Eens te meer moet o.i. de vraag gesteld worden of de VBS-lidgelden niet beter kunnen besteed worden dan aan juridische achterhoedegevechten.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.
HOOFDSTUK 2. - Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Afdeling 1. - Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008
Art. 2. Artikel 9 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, wordt vervangen als volgt :
« Voor de bepalingen van de artikelen 18 tot 22, met uitzondering van artikel 18, tweede lid, 1°, en van Titel IV worden de beoefenaars van de tandheelkunde bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen evenals de in het ziekenhuis werkzame apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die overeenkomstig artikel 5, § 2, van hetzelfde besluit gemachtigd zijn analyses van klinische biologie te verrichten, gelijkgesteld met een ziekenhuisgeneesheer. »
Art. 3. Artikel 18, tweede lid, 2°, van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« In afwijking van het eerste lid, 2°, kunnen apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die overeenkomstig artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen gemachtigd zijn analyses van klinische biologie te verrichten, enkel diensthoofd worden van een laboratorium voor klinische biologie. »