Medische verkiezingen 2010.12: Gemengde honorering*
Medische verkiezingen 2010.12 KARTEL (ASGB/GBO)
Gemengde honorering.
Het ASGB is voorstander van een gemengde financiering d.w.z. deels per prestatie, deels forfaitair. In het bijzonder voor de huisartsen wensen we naast de betaling per prestatie een hogere vergoeding voor het beheer van het GMD en de verdere ontwikkeling van de praktijktoelage voor alle praktijkvormen.
De BVAS is naar eigen zeggen allergisch voor forfaitaire vergoedingen en zweert bij loutere prestatiebetaling.
In de ziekenhuizen noopte de alsmaar duurdere hoogtechnologische apparatuur tot alsmaar meer prestaties om deze af te schrijven en om nieuwe middelen voor latere investeringen te genereren. Een aantal zorgverstrekkers kon redelijk ongestoord dit systeem maximaal benutten. Zo ontstaat een onhoudbare uitgavenspiraal die meer en meer in botsing komt met de budgettaire beperkingen. In de diverse werkgroepen van de TGR wordt deze vaststelling de laatste tijd geregeld gemaakt. Ook voor specialisten is de uitbouw van een gemengde honorering dus te verdedigen.
Op de ongebreidelde toename van de prestaties -die vaak al niet overbetaald zijn- reageert de overheid meestal al even kortzichtig met lineaire tariefreducties of met indexinleveringen. Had men (de artsen) deze evolutie tijdig onderkend en er gepast op geanticipeerd en gereageerd, in plaats van verkrampt defensief het accent te blijven leggen op de totale vrijheid, dan had de (huisarts)geneeskunde er vandaag al beter voorgestaan.
Het inkomen van huisartsen was tot voor enkele jaren bijna exclusief afhankelijk van het aantal patiëntencontacten (P1). Een gestabiliseerde hypertensiepatiënt eens om de vier maanden terugzien in plaats van maandelijks vraagt meer administratief werk maar herleidt het inkomen tot een kwart. Uitsluitende prestatiebetaling is zeker geen garantie voor kwaliteit. Met forfaitaire honoraria kunnen diensten betaald worden die geen rechtstreekse binding hebben met een patiëntencontact. Voorbeelden hiervan zijn het opvolgen en het beheer van het globaal medisch dossier, de organisatie van de preventie, het onderhouden van contacten met de andere echelons, navorming, het multidisciplinaire overleg.
Bovendien heeft o.m. de exclusieve prestatiebetaling voor de huisartsen geleid tot een steeds groter wordende inkomenskloof met de meer technische disciplines. Ten slotte is vastgesteld dat de opwaardering van de prestaties – ook al wordt de terugbetaling aangepast – drukt op het volume. Door sommige patiënten wordt de prijs als te hoog gepercipieerd en wordt zorg uitgesteld of geschrapt. De vrije val van het aantal huisbezoeken illustreert dit.
Het GMD (P2) was een eerste belangrijke stap naar gemengde honorering. Het vormt nu al een substantieel deel van het huisartseninkomen dat voor het ASGB nog verder moet ontwikkeld worden (€ 35). De derde pijler, waartoe al een eerste schuchtere aanzet werd gegeven met het GMD-forfait en het EMD-forfait, werd verder ontwikkeld met de praktijktoelage (P3). In de volgende twee akkoorden willen we deze optrekken tot € 5000. Ten slotte wordt het tijd om ook eens na te denken over een voorzichtige invoering van enige target payment (P4). Een vergoeding voor vaste kosten, praktijkhulp en samenwerking is nodig om het sociale en familiale leven van de huisarts te respecteren. Jonge huisartsen eisen terecht maatregelen om het beroep maatschappelijk leefbaar te maken.
We zijn zeer tevreden met de eerste fase van het Impulsfonds ten gunste van beginnende huisartsen dat dank zij het ASGB verworven is (zie ons ‘Herstelplan voor de huisarts’). De tweede stap voor al gevestigde praktijken is gevolgd en nu is in een volgende stap de vergoeding van een praktijkassistente (of telesecretariaat) voor élke huisarts, ongeacht de wijze van praktijkvoering, verworven. Alleen met administratieve hulp kan de huisarts zich ten volle toeleggen op het medische werk.
De BVAS wenst het grootste deel van eventuele nieuwe middelen te besteden aan de verhoging van de avondraadpleging. Dit wil concreet zeggen dat de financiële herwaardering voorbehouden wordt aan avondwerk. Dergelijke maatregel is weinig gezinsvriendelijk. Het ASGB vindt niet dat het avondwerk van de vele (vrouwelijke) huisartsen moet gestimuleerd worden. Bovendien krijgen de patiënten het verkeerde signaal dat de huisarts zonder gegronde reden op elk ogenblik beschikbaar is, het ziekenfonds betaalt toch.
Het ASGB verkiest integendeel dat de permanentie verzekerd wordt door samenwerkingsverbanden en, waar geïndiceerd, door huisartsenwachtposten, en vraagt hiervoor de nodige financiële stimuli.
Elke huisarts is vrij om zijn raadplegingsuren te kiezen. Wenst hij om welke reden dan ook ’s avonds patiënten na afspraak te ontvangen, dan is hij ook volledig vrij om een hoger honorarium te vragen. Hiervoor moet geen nomenclatuurwijziging ingevoerd worden.
Vergeet ook niet dat een budget voor de verhoging van een forfaitaire vergoeding volledig aan de artsen ten goede komt, terwijl bij elke prestatievergoeding een deel voor de terugbetaling van de patiënt moet voorzien worden.
Natuurlijk zijn wij ook niet blind voor de potentiële problemen van een ondoordachte forfaitarisering. Onderconsumptie kan bv. een gevolg zijn. Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen, in elk systeem zijn misbruiken mogelijk. Een gemengd honoreringsysteem beantwoordt volgens ons het best aan de doelstellingen. De (huis)arts die vandaag om louter ideologische redenen hardnekkig de prestatiebetaling blijft verdedigen, zou wel eens het lot kunnen ondergaan van de flamingant die van honger sterft met een Frans brood onder zijn arm.
Een goed inkomen of een prestatiegebonden inkomen? Waar ligt úw prioriteit?
Indien u zich kunt vinden in onze ideeën en onze voorstellen,
geef ons dan uw vertrouwen en
stem KARTEL (ASGB/GBO), stem 2