oederschapsrust
Moederschapsrust voor artsen
Arts- bediende
Een arts-bediende heeft recht op een moederschapsrust van 15 weken. De pre- en postnatale preventieve en beschermende maatregelen zoals bepaald in het ARAB zijn van toepassing.
Men heeft recht op zes weken prenatale rust (voorbevallingsrust).Van de prenatale rust moet minstens één week worden opgenomen vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. De overige vijf weken mag men omzetten in postnatale rust. Opgelet: niet alle dagen prenatale rust kunnen worden opgenomen als postnatale rust. Wel overdraagbaar zijn onder meer de dagen waarop men werkt of stempelt en wettelijke vakantiedagen. Ziektedagen zijn niet overdraagbaar.
Negen weken postnatale rust (nabevallingsrust) begint steeds vanaf de bevallingsdatum en moet negen weken tellen. Het kan eventueel worden verlengd met het overdraagbare gedeelte van de prenatale rust.
U bepaalt zelf wanneer de moederschapsrust aanvangt, maar vóór de vermoedelijke bevallingsdatum kunnen maximaal zes weken worden opgenomen.
De uitkering bedraagt 82% van het bruto-loon tijdens de eerste dertig dagen. Vanaf de eenendertigste dag tot het einde van de moederschapsrust wordt 75% van het loon uitbetaald.
Bij een adoptie heeft elke ouder recht op een adoptieverlof. Dit verlof moet genomen worden binnen een periode van twee maanden vanaf de inschrijving in de gemeente. Het verlof bedraagt maximum zes weken als het kind jonger is dan drie jaar. Tijdens de eerste drie dagen wordt het loon behouden ten laste van de werkgever. Daarna ontvangt de werknemer een vergoeding van het ziekenfonds gelijk aan 82% van zijn geplaffoneerd brutoloon met een maximum van € 97,06 per dag.
Arts-Zelfstandige
Een arts heeft volgens het wettelijk sociaal statuut van zelfstandigen recht op maximaal acht weken moederschapsrust (bij een meerling: negen weken). De moeder moet daarvan nog maar drie weken verplicht opnemen, meer bepaald één week voor en twee weken na de bevalling.
De overige vijf weken (bij een meerling : zes weken) kan de moeder naar keuze opnemen in periodes van zeven kalenderdagen: vanaf drie weken tot zeven dagen voor de vermoedelijke bevallingsdatum of vanaf de derde week tot 23 weken na de bevalling.
De zelfstandige heeft recht op een vergoeding van de ziekteverzekering van € 375,72 per week, met een minimum van zes en een maximum van acht weken. Deze uitkering uit de sociale zekerheid is in principe cumuleerbaar met een eventueel poolaandeel dat u uit uw associatie ontvangt. U moet effectief gestopt zijn met werken, het poolaandeel is een reële solidariteitsvergoeding. U krijgt bovendien 105 dienstencheques van 7,5 euro.
Zeldzaam zijn de aanvullende verzekeringen die een premie toekennen naar aanleiding van een bevalling. AMONIS bijvoorbeeld kent in de polis gewaarborgd inkomen een vergoeding toe aan de arts die bevalt.
Amonis stort een moederschapsuitkering gelijk aan 8/52sten van uw gemiddelde pensioenbijdrage (persoonlijke bijdrage en sociale voordelen Riziv) op uw pensioenrekening. Deze bijdrage van Amonis verhindert uiteraard niet dat u nog steeds zelf het maximum aftrekbare bedrag kan storten en fiscaal in mindering brengen.
Daarenboven geeft Amonis u € 295, als aanvulling op de wettelijke vergoedingen. Als lid hebt u er recht op zonder wachttijd. U kunt ze echter niet cumuleren met de forfaitaire bevallingsvergoeding in het contract gewaarborgd inkomen.
Adoptieverlof
Enigszins vergelijkbaar met wat bestaat voor de moederschapsrust, heeft u als zelfstandige adoptant recht op een vergoede rustperiode bij de aankomst van uw kind in uw gezin. Tijdens die periode mag u geen beroepsactiviteit uitoefenen. Het verlof bedraagt : 4 weken bij adoptie van een kind tussen 3 en 8 jaar, 6 weken als het jonger is dan 3 jaar en het dubbele bij adoptie van een gehandicapt kind
Zwangerschappen en associatiecontracten
In associaties met een ereloonpool wordt soms bepaald dat naar aanleiding van een bevalling een associé recht heeft op een aantal weken onbetaald verlof waarbij de poolverdeling dus niet doorloopt. Andere contracten voorzien integendeel in een zwangerschapsverlof van meerdere weken (of maanden) waarbij de ereloonverdeling verder doorloopt, waarna het zwangerschapsverlof eventueel nog kan verder gezet worden maar dan zonder financiële solidariteit vanuit de pool. Het is dus afhankelijk van associatie tot associatie.
In kostenassociaties, waar er geen inkomenssolidariteit is, volstaat het om af te spreken hoelang de afwezigheid wegens de bevalling zal duren. Meestal moet men de vaste kosten verder betalen. Kosten die verrekend worden in functie van de omzet van de partijen, vallen uiteraard weg. Is er een plaatsvervanger, dan kan die de vaste kosten van de afwezige partij overnemen en de werkingskosten betalen aan de associatie.
En vaderschapsverlof?
Steeds meer wordt er in “moderne” associatiecontracten opgenomen dat een mannelijke collega naar aanleiding van de bevalling van de partner, recht heeft op enkele dagen verlof. Soms wordt voorzien dat de ereloonpool verder doorloopt. Meestal zijn de extra verlofdagen echter voor eigen rekening. In kostenassociaties is dit uiteraard altijd het geval.
HAIO
De zwangere HAIO heeft recht op de pre- en postnatale preventieve en beschermende maatregelen zoals bepaald in het ARAB. Nachtarbeid is verboden vanaf de 26ste week van de zwangerschap. Zij is verplicht zo snel mogelijk haar praktijkopleider, het secretariaat van SUivzw en de arbeidsgeneeskundige dienst in kennis te stellen van haar zwangerschap. Een zwangere huisarts-in-opleiding moet ook de Erkenningscommissie per brief of e-mail hiervan in kennis te stellen.
De zwangere mag tijdens de duur van haar zwangerschap enkel belast worden met taken die geen risico voor haar, noch voor haar ongeboren kind inhouden. Ondermeer mag zij niet blootgesteld worden aan straling, substanties of agentia die schadelijk kunnen zijn voor haar zwangerschap. Rekening houdende met de risico's van de stageplaats zal de praktijkopleider, in overleg met de arbeidsgeneeskundige dienst en de huisarts-in-opleiding beschermingsmaatregelen treffen.
De zwangerschapsrust start zowel voor een éénling als voor een meerling verplicht op 3 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum en eindigt na 12 weken postnatale rust. Bij een meerling heeft men recht op 2 extra weken zwangerschapsverlof die ofwel vóór ofwel na de bevalling kunnen opgenomen worden. In het belang van moeder en kind is het aangeraden de arbeid stop te zetten 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum, maar het is uiteraard geen verplichting.
In de periode van de zwangerschapsrust en het bevallingsverlof ontvangt de moeder een vergoeding van de mutualiteit. De uitkering bedraagt 82% van het brutoloon tijdens de eerste dertig dagen. Vanaf de eenendertigste dag tot het einde van de moederschapsrust wordt 75% van het loon uitbetaald.
In aansluiting op de postnatale rust heeft de huisarts in opleiding de mogelijkheid om 3 weken lactatieverlof aan te vragen aansluitend aan de moederschapsrust. Tijdens dit borstvoedingsverlof ontvangt de huisarts in opleiding een uitkering van de mutualiteit (60%) op voorwaarde dat de Externe Dienst voor Preventie en Bescherming op het Werk (idewe) en SUivzw een attest hebben afgeleverd i.v.m. het aanwezige risico bij lactatie op de opleidingsplaats en het niet kunnen aanpassen van het werk op de opleidingsplaats. Indien men wil genieten van het betaald lactatieverlof, moet men een afspraak maken met de interbedrijfsgeneeskundige dienst 4 à 6 weken na de bevalling.
In alle andere gevallen komt het borstvoedingsverlof overeen met verlof zonder wedde.
De vader heeft de wettelijke mogelijkheid om maximum 10 dagen vaderschapsverlof op te nemen. Tijdens dit vaderschapsverlof ontvangt de vader een uitkering gedurende de eerste drie dagen via de forfaitaire opleidingsvergoeding en gedurende de volgende 7 dagen vanwege het Riziv.
GSO
De zwangere GSO geniet van de moederschapsbescherming. De zwangerschap moet zo snel mogelijk worden aangegeven bij de stagemeester en de arbeidsgeneeskundige dienst. De zwangere GSO mag enkel belast worden met taken die geen risico voor haar, noch voor het ongeboren kind inhouden. Zo nodig moet de stagemeester, in overleg met de arbeidsgeneeskundige dienst, haar uit een risicovolle omgeving transfereren naar een veilige omgeving waar zij haar opleiding kan voortzetten. De zwangerschapsrust bedraagt 15 weken, waarvan 6 weken prenataal verlof (facultatief) en 9 weken verplicht postnataal verlof, te verlengen met de niet opgenomen facultatieve periode van prenatale rust. Er dient minstens 1 week zwangerschapsrust genomen te worden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum, zoniet vervalt het recht op deze rustweek.
Bij meerlingen heeft de zwangere GSO recht op 4 extra weken (die enkel op specifiek verzoek van de werkneemster worden toegekend), waarvan 2 verplicht na de bevalling, de andere 2 mogen zowel voor als na de bevalling worden opgenomen. Ouderschapsverlof: vergoeding via RVA. Borstvoedingsverlof: max. 3 maanden
Elke onderbreking van meer dan 15 weken berekend over het geheel van de opleiding, moet in principe worden ingehaald op het einde van de opleiding voor het deel dat de 15 weken overschrijdt.