Pensioensparen
De derde pijler.
Hoewel het jaarlijkse bedrag eerder beperkt is (max. 870 euro in 2009) en zeker onvoldoende als bijkomende pensioenpijler, is dit fiscaal gezien toch een van de meest interessante spaarformules omdat ze u recht geeft op een belastingvermindering van +/-30-40%.
Ieder belastingsplichtig gezinslid van >18 jaar kan, onafgezien van zijn statuut, hieraan meedoen. De eerste storting moet tussen 18 en 64 jaar gebeuren.
U kan intekenen op een pensioenspaarrekening (beleggingsfonds) of op een pensioenspaarverzekering (analoog met een levensverzekering).
Op de lange termijn (>10 jaar) biedt de eerste formule een hoger rendement maar ze is uiteraard gevoelig aan de beursrisico's. De tweede biedt gemiddeld een lager rendement (2,5-3% per jaar in 2009 + winstdeelname) maar wel een grotere zekerheid. Naarmate u dichter bij uw pensioen komt wordt de tweede formule dus interessanter.
De premies zijn fiscaal aftrekbaar aan de gemiddelde aanslagvoet (30-40%), verhoogd met de gemeentelijke opcentiemen en de crisisbelasting.
Omdat op de lange termijn de beurzen meestal een stijgende trend vertonen is het statistisch interessanter om de stortingen in het begin van het jaar te doen i.p.v., zoals de meesten, eind december.
Het contract moet minstens 10 jaar lopen maar je bent niet verplicht om elk jaar een storting doen. Vraag je het kapitaal toch vroeger op dan bedraagt de belasting 33% en indien je dit voor je zestigste verjaardag doet komen daar nog gemeentelijke opcentiemen bij. Idem wanneer je minder dan 5 stortingen zou gedaan hebben.
Op het einde van de rit is belasting verschuldigd. Die wordt geïnd op je 60ste verjaardag behalve wanneer je pas na je 55ste begonnen bent, dan wordt je belast op de tiende verjaardag van de eerste storting. Bij de pensioenspaarverzekering bedraagt de belasting 10% op het verzekerde kapitaal maar de winstdeelname is vrijgesteld. Bij een pensioenspaarrekening worden de gestorte bedragen hypothetisch gekapitaliseerd aan 4,75% en op het zo gevormde kapitaal heft men éénmalig 10% (voor stortingen van voor 1993 werkt men met een kapitalisatie van 6,25% en een éénmalige heffing van 16,5%).
Hoe dan ook is het interessant om na je zestigste nog bijkomende premies te storten. Ze blijven fiscaal aftrekbaar tot en met het jaar waarin je 64 wordt maar het bijkomende kapitaal is belastingvij. In het jaar dat je zestig wordt doe je de premiestorting best na je verjaardag dan is ze dus ook meteen belastingvrij.
Besluit: zeker doen maar het blijft onvoldoende.