Archief
Twee nieuwe interpretatieregels inzake geneesmiddelen
Op 29 maart 2024 werden twee interpretatieregels vanwege de CTG in het Staatsblad gepubliceerd.
De eerste is in voege getreden op 1 april jl. en heeft betrekking op de vergoeding van de farmaceutische specialiteiten met obinutuzumab als actief bestanddeel.
De tweede is buiten werking getreden op 1 april jl. en heeft betrekking op de vergoeding van de farmaceutische specialiteiten op basis van tocilizumab.
Hierna vindt u de integrale tekst van deze twee interpretatieregels.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
Nieuwe nomenclatuur oftalmologie in voege sinds 1 april 2024
Bij deze willen we er nog eens aan herinneren dat er op 1 april jl. nieuwe nomenclatuur i.v.m. OCT in voege getreden is.
Hierover is een KB verschenen in februari jl., zie https://asgb.be/node/28782, en dat is op 1 april 2024 in voege getreden.
In het document als bijlage vindt u de nieuwe gecoördineerde versie van de tekst.
OPROEP : kandidaat voor werkgroep long Covid
De huidige overeenkomst Long-COVID-19 voor een aangepaste zorgaanpak neemt een einde op 30 juni 2024.
Voor de nieuwe conventie zal men een transversale werkgroep organiseren op 23 april.
Wij doen een oproep onder onze leden om zich kandidaat te stellen voor deze WG.
Bij interesse kan u een e-mail sturen naar het secretariaat (info@asgb.be).
Update van nomenclatuur pneumologie (interventionele bronchoscopie)
Op 25 maart 2024 is een KB gepubliceerd dat de nomenclatuur voor de pneumologie aanpast.
Het gaat meer bepaald om een hele reeks aanpassingen inzake de interventionele bronchoscopie.
U vindt de aanpassingen integraal terug in de pdf als bijlage.
Zij treden in voege op 1 mei 2024.
Praktijkondersteuning huisartsen geconcretiseerd
Het vorige akkoord voorzag al in een budget van 16,7 miljoen euro voor de ondersteuning van de praktijken van huisartsen in 2023.
Dat werd nu eindelijk ook geconcretiseerd en afgerond door een werkgroep van de NCAZ én op 25 maart jl. goedgekeurd door het Verzekeringscomité van het RIZIV.
Vooreerst, die 16,7 miljoen komt uit het budget voor de honoraria van de artsen. Dat willen we toch even benadrukken te midden van (ministeriële) persberichten over lenteplannen.
KB met verbod op supplementen voor VT-patiënten is gepubliceerd
Eind 2022 werd er bij wet een verbod in het vooruitzicht gesteld om in de ambulante zorg ereloonsupplementen te vragen aan patiënten met een verhoogde tegemoetkoming (VT-patiënten).
Die wet is er destijds gekomen zonder het minste overleg met het veld, lees: zonder dat de minister het overlegmodel respecteerde.
Nu is op 22 maart jl. het KB verschenen dat hier uitvoering aan moet geven. Dat zal gebeuren in twee fases waarvan de eerste in werking zal treden op 1 januari 2025.
Conventie 2024-2025 aanvaard met 86,24%
Op de NCAZ van 18 maart 2024 zijn de (de)conventiecijfers bekend gemaakt.
Het akkoord werd door 13,76% van de artsen verworpen en dus door een ruime meerderheid (van 86,24%) wél aanvaard.
Appropriate care maatregelen inzake klinische biologie gepubliceerd
Op 19 maart 2024 zijn twee KB’s gepubliceerd die de klinische biologie treffen. Het gaat om twee appropriate care maatregelen uit 2021 die nu ten uitvoer gebracht worden.
Artsenquota voor 2030 vastgelegd
Op 19 maart 2024 is een KB gepubliceerd dat de quota voor 2030 toevoegt aan het KB van 12 juni 2008 inzake het medisch aanbod.
De aantallen zijn gelijk aan die voor 2029:
- * 1144 + 204 tot 1348 voor de Vlaamse gemeenschap
- * 929 voor de Franstalige gemeenschap
Die + voor Vlaanderen vanaf kalenderjaar 2024 is er gekomen met het oog op een versnelde afbouw van het tekort in de Vlaamse Gemeenschap (zoals vastgesteld in het advies 2017/03 van de Planningscommissie).
Vlaams besluit over overkoepelend diensthoofd op spoed en intensieve
Op 18 maart 2024 is een Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) gepubliceerd over het zgn. overkoepelend diensthoofd spoedgevallen of intensieve zorg.
Dankzij dit nieuwe besluit kan iemand voortaan overkoepelend diensthoofd zijn indien het ziekenhuis over meerdere erkende functies beschikt.
Voordien was dit volgens de letter van de regelgeving daarentegen onmogelijk omdat men in elk van de functies meer dan de helft van zijn werktijd dan wel zijn hoofdactiviteit moest besteden. Nogal absurd wetende dat de Vlaamse overheid daar net op aandringt.