iziv sociale voordelen
Deze sociale tegemoetkoming werd in de jaren zestig mede door het ASGB en onze erevoorzitter Dr. Marcel De Brabanter, verworven.
Voor het ASGB/Kartel is dit een van de belangrijkste verworvenheden voor de sociale bescherming van de arts (en inmiddels ook van tal van andere zorgverstrekkers).
Wij pleiten sterk voor het behoud van het overlegmodel en het onderhandelen van nationale akkoorden tussen artsen en ziekenfondsen, binnen het door de regering opgemaakte kader.Deze nationale akkoorden hebben tot doel om de tariefzekerheid voor de patiënt (en ook voor de artsen) te waarborgen. Artsen die de voorwaarden van het akkoord niet verwerpen krijgen in ruil van het Riziv een bijdrage die zij kunnen gebruiken voor hun sociale bescherming, bv. voor pensioenopbouw (sociaal vrij aanvullend pensioen - VAP -uitsluitend met solidariteitsuitkeringen), of voor een verzekering gewaarborgd inkomen bij arbeidsongeschiktheid.Het Riziv stuurt in het begin van het jaar een gecombineerd aanvraag- en toewijzingsdocument. Hiermee duidt de arts de financiële instelling aan waaraan moet betaald worden. De financiële instelling bezorgt dit document na bevestiging voor 1 juni van het betrokken jaar aan het Riziv. Voor 15 januari daaropvolgend is het Riziv verplicht het volledige bedrag te betalen op straffe van dure verwijlinteresten. Dat laatste hebben we enkele jaren geleden in de werkgroep Roex verkregen nadat we de vaak laattijdige uitbetalingen door het Riziv aan de kaak hadden gesteld. Er blijven nog wel een aantal administratieve problemen: zo werd het sociaal statuut met het officiële aanvraagformulier voor het sociaal statuut van 2009 pas gepubliceerd in het BS van 1/12/09 terwijl de aanvraag al medio 2009 bij het Riziv moest ingediend zijn. Onze leden krijgen hierover echter telkens tijdig bericht en ook de meeste verzekeringskassen maken hun leden hierop tijdig attent.In de nabije toekomst zou heel de procedure elektronisch moeten kunnen worden afgehandeld. Het is dus duidelijk dat dit sociaal statuut rechtstreeks gekoppeld is aan de conventie. De eis van sommige artsenvertegenwoordigers om de bijdrage los te koppelen van de conventie is niet realistisch - welke politicus zou dergelijke voordelen alleen aan de artsen toekennen en niet aan andere zelfstandigen? - en ons inziens ook niet wenselijk omdat de representatieve artsenverenigingen er dan ook hun grip zouden op verliezen. In onze filosofie - en dit in tegenstelling tot wat de BVAS geregeld verkondigt - hebben dus àlle artsen, dus ook dezen met een bediendenstatuut, die de conventie onderschrijven, recht op de Riziv sociale voordelen. Overigens is het wettelijke pensioen van een bediende niet zo verschrikkelijk veel beter dan dit van ee zelfstandige. Het bedrag dat door het Riziv aan uw verzekeraar gestort wordt is belastingvrij (en uiteraard ook niet aftrekbaar). Bij de overweging om te deconventioneren moet u hiermee rekening houden.Bovenop deze Riziv-bijdrage kan u nog een eigen bijdrage storten die (in 2009) maximaal € 3199,76 mag bedragen. Deze sociale bijdrage kan van de hoogste belastingsschijf worden afgetrokken en is fiscaal interessanter dan een groepsverzekering.Voor 2009 bedroeg het sociaal statuut voor volledig geconventioneerden € 4.103 en € 2.018 voor gedeeltelijk geconventioneerdenen, voor 2010 € 4.141,16 resp. € 2.036,77. Men kan ook een rust- en/of een overlevingspensioen reserveren bij het Riziv zelf maar van deze mogelijkheid wordt nog maar weinig gebruik gemaakt. De voorwaarden waaraan u moet voldoen om als volledig of gedeeltelijk toegetreden beschouwd te worden vindt u terug in de tekst van de nationale akkoorden (www.asgb.be). Deze voorwaarden moeten het volledige jaar worden nageleefd, daarom wordt het bedrag ook maar op het einde van het jaar toegekend
Recent werd in de NCGZ een ontwerp-KB goedgekeurd waarbij de terugvordering van het sociaal statuut wordt mogelijk gemaakt indien zou blijken dat de voorwaarden toch niet werden nageleefd.Artsen die in de loop van een kalenderjaar hun activiteit beginnen hebben recht op een bedrag dat berekend wordt pro rata de actieve periode. Volgens het KB van 15/12/2003 moet de verzekeraar met deze middelen een solidariteitsfonds aanleggen, gefinancierd door een voorafname van 10% op de gestorte premies, inclusief de Riziv-bijdrage. Dit betekent dus dat uw premies slechts voor 90% zullen dienen voor uw pensioenopbouw. Het solidariteitsfonds wordt o.m. aangewend voor een moederschapsuitkering, het recht op een overlijdenskapitaal, de financiering van pensioenbijdragen tijdens invaliditeit, een afhankelijkheidskrediet. Ook na 65 jaar kan u Riziv- en eigen bijdragen blijven storten en bijkomend pensioen opbouwen.
Bij de opname van uw VAP - slechts mogelijk vanaf 60 jaar - moet u beslissen of u dit wenst als kapitaal of als een rente of als een combinatie van beide. Hierbij laat u zich best deskundig adviseren. Het tijdstip staat los van het al dan niet opnemen van uw wettelijk pensioen op 65 jaar. De eindtaxatie is gunstiger naarmate u het later opneemt, bv. 16,5% op 60 jaar en 10% op 65 jaar. Indien u op bv. 65 jaar uw kapitaal zou opnemen dan kan u bij Amonis nadien geen bijkomende stortingen meer doen indien u zou blijven verder werken. U kan dan wel nog een nieuw contract afsluiten bij een andere verzekeraar.
De sociale voordelen worden toegekend voor het jaar dat de arts met pensioen gaat of in het jaar waarin hij overlijdt.
Op aanbeveling van het ASGB worden sedert 2004 de sociale voordelen ook toegekend aan een arts die arbeidsogeschikt wordt in de loop van een jaar waarvoor hij het akkoord niet heeft geweigerd, niet alleen voor dat jaar, maar ook voor elk jaar waarin hij arbeidsongeschikt blijft. Hetzelfde geldt wanneer een stage wordt gelopen in het buitenland en dit voorzover de dienst waar de arts zijn stage vervult, voorzien is in zijn stageplan goedgekeurd door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. (KB 6/3/2007).
In 2005 berekende een werkgroep van de medicomut, onder leiding van onze ondervoorzitter Dr. Milan Roex, dat het sociaal statuut € 5.401 zou moeten bedragen om gedurende een volledige carrière een pensioen te kunnen opbouwen vergelijkbaar met dat van een geneesheer-inspecteur van het Riziv. Geactualiseerd met de inflatie zou dit vandaag (2010) € 6.385,28 euro moeten bedragen. Dat is nog steeds een gematigd bedrag vergeleken met het aantal prestaties waarop eventueel een honorariumsupplement zou kunnen gevraagd worden indien men toetreding tot de conventie zou weigeren (bv. € 2 voor een huisarts met 4.000 verstrekkingen).
Vooral voor jongere collega’s mag het belang hiervan niet onderschat worden. Eén enkele storting aan het begin van een loopbaan op 25 jaar, en met een fictieve maar realistische gemiddelde jaarlijkse aangroei van 3%, levert na 40 jaar een pensioen op van € 20.829/jaar (6385,28 * 1,0340), weliswaar verminderd met de solidariteit.
Een collega van 65 jaar ziet zijn eindbedrag slechts met € 6.385,28 (verminderd met de solidariteit) aangroeien. Wie nu met pensioen gaat zal maximaal ± € 200.000 uitgekeerd krijgen. Latere generaties zullen dus veel beter bedeeld worden indien onze voorstellen aanvaard worden. Omdat het sui generis statuut van HAIO en ASO geen recht geeft op pensioenopbouw (noch op werkloosheidsuitkering) pleiten wij ervoor om voor hen het Riziv sociaal statuut bijkomend te verhogen. Om deze verhogingen te verkrijgen rees in de medicomut de vraag om het Riziv sociaal statuut dan ook exclusief te reserveren voor wie in de ziekteverzekering actief is. In principe is die vraag gegrond maar we dringen daarbij toch aan op de grootste voorzichtigheid. De drempel die door de ziekenfondsen bij de onderhandeling van het laatste akkoord geëist werd, namelijk 1.250 prestaties per jaar, was veel te hoog en zou talrijke artsen met te lage activiteit hebben uitgesloten. Bovendien moet men ook nagaan waarom de activiteit in een bepaald jaar te laag was. Indien dit te wijten was aan ziekte of een zwangerschap dan gaat het natuurlijk niet op om deze collega’s hun sociaal statuut te ontnemen op een ogenblik dat ze er het meeste nood aan hebben. Sommige oudere collega’s bouwen hun activiteit geleidelijk af ten gunste van een jongere collega, enz. In sommige ziekenhuisdiensten wordt de facturatie door één of enkele stafleden van de associatie behartigd, de anderen zouden dan geen profiel hebben en uitgesloten worden.Er valt ook iets te zeggen om artsen die een activiteit hebben in de preventieve sector of die voltijds werkzaam zijn als CRA gelijk te stellen.Zeker in het begin moet er dus een zeer gemakkelijke beroepsprocedure voorzien worden om onbedoelde uitsluitingen snel te kunnen corrigeren. Let wel: op dit ogenblik is er nog geen drempelactiviteit vastgelegd. Tot onze spijt verzet de BVAS zich steeds tegen de voorgestelde verhogingen, de ziekenfondsen zijn er wel mee akkoord. Dit roept des te meer vragen op omdat de BVAS-voorzitter zelf deconventioneert en de andere artsen deze betere sociale bescherming dus niet gunt.De vrees dat een verhoging van het sociaal statuut een verhoging van de honoraria zou verhinderen wordt alleszins niet bevestigd door onze berekeningen, eerder integendeel.
De voordelen van deconventionering zijn overigens de voorbije jaren fors ingeperkt. De honorariasupplementen in tweepersoonskamers worden meer en meer aan banden gelegd. In een aantal disciplines mogen wettelijk geen honorariasupplementen gevraagd worden, bv. intensieve zorg en spoedgevallen. In andere ligt dit erg moeilijk, bv. disciplines die voornamelijk chronische patiënten behandelen, denk maar aan chronische dialyse.Honorariasupplementen in éénpersoonskamers blijven ook voor volledig geconventioneerden mogelijk.
Er rijst nog wel een probleem doordat geen enkele huisarts recht heeft op een Riziv-bijdrage indien in zijn arrondissement meer dan 50% der huisartsen (of meer dan 40% van alle artsen) de voorwaarden van het akkoord geweigerd heeft. Dit was bv. enkele jaren geleden het geval in Diksmuide. Bij de specialisten zien we de laatste jaren in enkele disciplines de weigeringen fors toenemen. Het valt te verwachten dat de overheid dit niet lijdzaam zal aanzien.
Volgens art. 50 van de ZIV-wet treedt een akkoord pas in werking indien aan 3 voorwaarden voldaan is:
-niet meer dan 40% van alle geneesheren heeft geweigerd,
-niet meer dan 50% huisartsen heeft geweigerd,
-niet meer dan 50% der specialisten heeft geweigerd.
ASGB-eisen: -het Riziv-sociaal statuut verder opwaarderen tot € 6.385, voor àlle artsen die aan de voorwaarden voldoen. In tegenstelling tot wat BVAS geregeld suggereert, dus ook voor de collega's met een bedienden- of ambtenarenstatuut;-een bijkomende verhoging voor HAIO en ASO als compensatie voor het sui generis statuut;-dat artsen die zich willen conventioneren in een arrondissement waar de drempel niet gehaald wordt, toch het recht behouden op de sociale voordelen.
Reacties
In d ASGB eisen staat dat ook artsen met een bedienden of ambtenaren statuut recht moeten hebben op het sociaal statuut.
Ik ben akkoord voor artsen die als bedienden werken in de curatieve sector.
Voor bvb arbeidsgeneesheren, adviserende geneesheren van de V.I. ( art 18), die via hun werkgever een extra legaal pensioen opbouwen lijkt mij dit te ver gaan.
In het statuut van Adviserend geneesheren ( art 23 ) staat uitdrukkelijk dat ze geen activiteit mogen uitoefenen "welke door de aard ervan een mogelijkheid tot geschil met de verzekering insluit"
Concreet: steunt het ASGB ook de toekenning van de voordelen van het statuut aan adv. geneesheren van de V.I.?